Afgelopen dinsdag 17 januari 2012 ontving NRC-tekenaar Siegfried Woldhek
de Inktspotprijs 2011 in Nieuwspoort in Den Haag - maar wie goede ogen en
een goed geheugen heeft, moet zijn opgevallen dat zijn winnende portret van
staatssecretaris Bleker een andere versie is dan die destijds in het NRC
verscheen. Staan de reglementen van Nederland’s grootste prijs voor
cartoonisten toe dat inzendingen voor de competitie worden aangepast?
We leggen het voor aan Hans IJsselstein Mulder, directeur van de Stichting Pers & Prent en organisator van de Inktspotprijs, die bevestigt dat dit inderdaad is toegestaan. ‘Het kwam in het verleden wel vaker voor dat inzendingen mooier werden gemaakt nadat ze gepubliceerd waren. Sommige inzendingen die bijvoorbeeld in zwart/wit in de krant verschenen zijn, zijn later ingekleurd voor deelname aan de Inktspotprijs. Andere tekeningen die op klein formaat in de krant stonden, werden opgeblazen, dat levert ook een ander effect op. Zolang het geen compleet andere tekening is, doen we daar niet moeilijk over. En in Woldheks geval bleef het idee hetzelfde: Bleker die het laatste bloempje in de natuur vertrapt. Het enige verschil is dat hij lacht op de NRC-tekening en boos kijkt op degene die voor inzending is gebruikt.’ Dat er twee tekeningen zijn, wist hij, zo vult hij aan, ‘maar het verschil is zo klein dat veel kranten de NRC-tekening bij hun artikel over de Inktspotprijs hebben geplaatst, zonder te zien dat deze anders is dan het portret dat gewonnen heeft.’
Toch is Zone 5300 niet de enige die het opviel: ook op NU.nl plaatste een internetgebruiker beide tekeningen, vergezeld van het commentaar ‘Zoek de verschillen’ (reactie nummer 12). Maar belangrijker is natuurlijk de vraag of álle Inktspotprijs-deelnemers op de hoogte waren van de mogelijkheid om hun inzending te verfraaien. Runner-up Ruben L. Oppenheimer in elk geval niet, zo laat hij desgewenst weten. Oppenheimer wil vooropstellen dat hij zijn collega Woldhek, ‘die al bij de krant tekende toen ik nog in de wieg lag en al zolang ik leef op deze prijs heeft moeten wachten’ de overwinning van harte gunt, maar dat hij wel zeer verbaasd was toen hij met de twee versies van de tekening werd geconfronteerd. ‘Want ik heb eerlijk gezegd nooit gehoord, gelezen of begrepen dat tekeningen na publicatie nog veranderd mogen worden. Het enige dat ik begrepen heb, is dat de tekening in een krant of tijdschrift gepubliceerd moet zijn, ik lever mijn tekeningen dan ook al jaren ongewijzigd in, zoals ze oorspronkelijk zijn gepubliceerd.’ Hij vindt het daarnaast maar de vraag of de tekening grotendeels hetzelfde is gebleven. ‘In de oorspronkelijke tekening vind ik de gelijkenis met Bleker minder geslaagd dan in de tweede versie die in de prijzen viel.’ Wat hij in dit geval erg pijnlijk vindt, is dat er volgens de juryvoorzitster gekozen moest worden tussen de inhoud - zijn tekening - en de kunstzinnigheid - Woldheks tekening. ‘De vraag kan gesteld worden of de jury op basis van het oorspronkelijke portret wel tot dezelfde conclusie zou zijn gekomen. Als ik mij aan een uitspraak moet wagen, zou ik concluderen dat het ingediende portret intenser en mooier is uitgewerkt dan het gepubliceerde.’
Of Oppenheimer gelijk heeft met zijn conclusie mag u zelf bepalen. Buiten kijf staat echter dat de reglementen en condities waarop de inzendingen getoetst worden blijkbaar duidelijker geformuleerd én gecommuniceerd moeten worden als niet alle deelnemers ervan op de hoogte zijn. De hoofdrolspeler in deze geschiedenis, winnaar Siegfried Woldhek, is vooralsnog helaas niet bereikbaar voor commentaar. Wordt vervolgd?
UPDATE: Winnaar Siegfried Woldhek kon door drukte niet eerder reageren, maar liet ons vanmorgen, op maandag 23 januari, zijn antwoord weten: 'Ik vind in het algemeen, en dus ook voor deze prijs, dat het goed is om heldere reglementen te hebben en die te communiceren.'
We leggen het voor aan Hans IJsselstein Mulder, directeur van de Stichting Pers & Prent en organisator van de Inktspotprijs, die bevestigt dat dit inderdaad is toegestaan. ‘Het kwam in het verleden wel vaker voor dat inzendingen mooier werden gemaakt nadat ze gepubliceerd waren. Sommige inzendingen die bijvoorbeeld in zwart/wit in de krant verschenen zijn, zijn later ingekleurd voor deelname aan de Inktspotprijs. Andere tekeningen die op klein formaat in de krant stonden, werden opgeblazen, dat levert ook een ander effect op. Zolang het geen compleet andere tekening is, doen we daar niet moeilijk over. En in Woldheks geval bleef het idee hetzelfde: Bleker die het laatste bloempje in de natuur vertrapt. Het enige verschil is dat hij lacht op de NRC-tekening en boos kijkt op degene die voor inzending is gebruikt.’ Dat er twee tekeningen zijn, wist hij, zo vult hij aan, ‘maar het verschil is zo klein dat veel kranten de NRC-tekening bij hun artikel over de Inktspotprijs hebben geplaatst, zonder te zien dat deze anders is dan het portret dat gewonnen heeft.’
Toch is Zone 5300 niet de enige die het opviel: ook op NU.nl plaatste een internetgebruiker beide tekeningen, vergezeld van het commentaar ‘Zoek de verschillen’ (reactie nummer 12). Maar belangrijker is natuurlijk de vraag of álle Inktspotprijs-deelnemers op de hoogte waren van de mogelijkheid om hun inzending te verfraaien. Runner-up Ruben L. Oppenheimer in elk geval niet, zo laat hij desgewenst weten. Oppenheimer wil vooropstellen dat hij zijn collega Woldhek, ‘die al bij de krant tekende toen ik nog in de wieg lag en al zolang ik leef op deze prijs heeft moeten wachten’ de overwinning van harte gunt, maar dat hij wel zeer verbaasd was toen hij met de twee versies van de tekening werd geconfronteerd. ‘Want ik heb eerlijk gezegd nooit gehoord, gelezen of begrepen dat tekeningen na publicatie nog veranderd mogen worden. Het enige dat ik begrepen heb, is dat de tekening in een krant of tijdschrift gepubliceerd moet zijn, ik lever mijn tekeningen dan ook al jaren ongewijzigd in, zoals ze oorspronkelijk zijn gepubliceerd.’ Hij vindt het daarnaast maar de vraag of de tekening grotendeels hetzelfde is gebleven. ‘In de oorspronkelijke tekening vind ik de gelijkenis met Bleker minder geslaagd dan in de tweede versie die in de prijzen viel.’ Wat hij in dit geval erg pijnlijk vindt, is dat er volgens de juryvoorzitster gekozen moest worden tussen de inhoud - zijn tekening - en de kunstzinnigheid - Woldheks tekening. ‘De vraag kan gesteld worden of de jury op basis van het oorspronkelijke portret wel tot dezelfde conclusie zou zijn gekomen. Als ik mij aan een uitspraak moet wagen, zou ik concluderen dat het ingediende portret intenser en mooier is uitgewerkt dan het gepubliceerde.’
Of Oppenheimer gelijk heeft met zijn conclusie mag u zelf bepalen. Buiten kijf staat echter dat de reglementen en condities waarop de inzendingen getoetst worden blijkbaar duidelijker geformuleerd én gecommuniceerd moeten worden als niet alle deelnemers ervan op de hoogte zijn. De hoofdrolspeler in deze geschiedenis, winnaar Siegfried Woldhek, is vooralsnog helaas niet bereikbaar voor commentaar. Wordt vervolgd?
UPDATE: Winnaar Siegfried Woldhek kon door drukte niet eerder reageren, maar liet ons vanmorgen, op maandag 23 januari, zijn antwoord weten: 'Ik vind in het algemeen, en dus ook voor deze prijs, dat het goed is om heldere reglementen te hebben en die te communiceren.'

Flamboyante Vlaming terechte stoutmoedigheidskampioen

De Vlaamse tekenaar Brecht Evens (25) won afgelopen weekend op de 38e editie van het stripfestival in Angoulême - het grootste stripfestival in Europa - de Prix de L’Audace, ofwel prijs voor de stoutmoedigheid, voor zijn uitzonderlijke en vernieuwende boek Ergens waar je niet wil zijn, in het Frans vertaald als Les Noceurs (de feestvierders). Evens zet hiermee de zegetocht voort die hij in juni 2010 begon toen hij de eerste editie van de Willy Vandersteenprijs won.
Ergens waar je niet wil zijn, uitgegeven door het Vlaamse Oogachtend, is inmiddels niet alleen in het Frans vertaald (Actes Sud), maar ook in het Engels (Drawn & Quarterly) en het Duits (Reprodukt). Vertalingen in het Spaans (Sins Entido), het Italiaans (Comma 22) en het Koreaans (Open Books) staan op stapel. Het Vlaams Fonds voor de Letteren laat weten dat de contracten al getekend zijn.
Evens’ boek is dan ook een alleszins terechte stoutmoedigheidkampioen, omdat het uitblinkt door de gedurfde manier waarop het de mogelijkheden van het medium strip onderzoekt. Beproefde stijlmiddelen als tekstballonnen en kaders laat hij achterwege, de tekeningen zijn uitgewerkt zonder contourlijnen en zijn dynamische, met inkt geschilderde overloop van kleurschakeringen is een grafische innovatie die de leesbaarheid nergens in de weg zit. Het verhaal is bovendien opvallend rijp, met sterke dialogen, en overstijgt elke indeling in een genre.
De Fauves
De Prix de L’Audace is een van de tien Fauves die jaarlijks op het Franse festival worden uitgereikt; in stripland zijn deze prestigieuze prijzen vergelijkbaar met de Oscars. De Belgen waren over de gehele linie succesvol aanwezig op Angoulême, ook de Vlaming Olivier Schrauwen was dit jaar genomineerd voor de Prix de l’Audace, met zijn eveneens grensverleggende vertelling De man die zijn baard liet groeien (zie recensie in Zone 5300 #91). De Waalse Dominique Goblet, bekend van Net doen alsof is ook liegen, mocht vorig jaar al groot succes oogsten toen ze de oeuvreprijs van de École Européenne Supérieure de l’Image in ontvangst nam. Bij deze prijs, die alleen de meest gerespecteerde auteurs ten deel valt, hoort een solotentoonstelling die tevens in Angoulême te bezichtigen was. Daarnaast was ze ook dit jaar volop in de race, dankzij haar nominatie voor de albumprijzen met haar meest recente boek Chronographie.
Voor rechtstreeks verslag van de prijsuitreiking, lees ook Gert Meesters in Knack, zie link onder titel.

Eeuwige Adolescentie: hoe openhartig is de autobiografische stripauteur?
Op zaterdag 5 juni 2010, tijdens de Haarlemse Stripdagen, gaf schrijver
Arnon Grunberg een lezing over de autobiografische strip, op uitnodiging
van het Fonds BKVB en de Bibliotheek Haarlem. Deze lezing, die de titel
Eeuwige Adolescentie draagt en waarin Grunberg dieper inging op de
vraag hoe eerlijk striptekenaars zijn in hun autobiografische beoefening,
is door het Fonds BKVB gepubliceerd én nu ook terug te lezen via de website van het Fonds, dat tevens
een pdf-bestand van die publicatie beschikbaar heeft gesteld. Van harte
aangeraden door de Zone 5300-redactie, niet alleen omdat de
autobiografische strip een toonaangevend genre binnen de hedendaagse
stripcultuur is, dat door een groeiend aantal auteurs beoefend wordt, maar
ook omdat de tekst van Grunberg op schrift nuances bevat die deze bezoeker
tijdens zijn mondelinge voordracht in elk geval zijn ontgaan. Maar die zijn
zeker de moeite waard om nog eens goed te overdenken.

Sterk, imposant en zelfverzekerd
Kickboksende moslima's als stripheldin

Op donderdag 16 september opende de tentoonstelling Chicks, Kicks & Glory in het Imagine IC in de Amsterdamse Bijlmer. Zeven stripmakers, onder wie vijf Zone-tekenaars, gaven hun kijk op het leven van Nederlands-Marokkaanse kickboksende meisjes. Het resultaat is een spannende expositie met prachtig werk dat niet alleen een veelzijdig beeld schept van deze sport en de bijbehorende subcultuur, maar ook een menselijke benadering is van het onderwerp integratie, en de persoonlijke dromen die erachter schuilgaan.
Het project is gebaseerd op onderzoek van de antropologe Jasmijn Rana die 65 moslima’s interviewde over wat kickboksen voor hen betekent. Uit deze levensverhalen werden vijf scenario’s samengesteld waarmee Sandra de Haan, Peter Pontiac, Mike Kok, Maaike Hartjes Farida Laan (allen tekenaars die we uit Zone 5300 kennen) en het duo Henrike Olasolo en Christina Richarte aan de slag gingen. Zo vertelt Sandra de Haan in haar strip Aicha, een Rotterdamse romance een liefdesgeschiedenis die binnen elke etniciteit herkenbaar is - maar en passant ook over de amoureuze problemen waarmee veel moslima’s in het westen worstelen. Mike Kok, een van Nederlands beste mangatekenaars, gebruikte de dynamiek, filmische perspectiefvoering, actie en dramatiek van de Japanse strip om de droom van Rachida in beeld te brengen, die graag de boksring in wil zonder haar religie opzij te hoeven schuiven. Vandaar dat Rachida in zijn verhaal een hoofddoek draagt, een ongebruikelijk element omdat Marokkaanse meisjes in werkelijkheid vrijwel nooit een hoofddoek dragen bij het kickboksen. Er zijn namelijk geen mannen aanwezig bij de trainingen, en tijdens wedstrijden zijn hoofddoeken niet toegestaan. Maaike Hartjes, die voor de gelegenheid haar vaste stijl losliet, concentreerde zich in haar verhaal op kickboksen en gedwarsboomde ambitie; Nadia wil graag op ballet, maar dat mag niet van haar moeder. Kickboksen mag ze echter wel. Hartjes’ opzettelijke naïeve stijl is effectief in haar dagboekstrips, maar hoe verfijnd en soepel haar lijnvoering is, is pas goed te zien als ze die niet gebruikt. In Nadia, de dansende kickbokster staat die feilloos in dienst van de choreografie van de vechtsport, die inderdaad nauw verwant is aan die van ballet.
Peter Pontiac is de enige van de zeven tekenaars die het thema niet narratief heeft toegepast. Hij liet zich inspireren door de kitscherige posters waarmee de wedstrijden worden aangekondigd, en waarop hij de kickboksters als sterke, imposante en zelfverzekerde vrouwen afbeeldde. Zijn posters verbinden de verschillende onderdelen van de expositie: indrukwekkend werk van groot formaat dat tevens zijn formaat als kunstenaar illustreert.
De expositie, die met steun van het Fonds BKVB tot stand kwam, is een geslaagd voorbeeld van hoe strips gebruikt kunnen worden om gecompliceerde vraagstukken op aansprekende wijze toegankelijk te maken voor groot publiek. De geëxposeerde beeldverhalen lenen zich bovendien uitstekend voor presentatie op groot formaat op een wand, dit in tegenstelling tot veel striptentoonstellingen waar vaak werk getoond wordt dat je eigenlijk liever in boekvorm zou zien, omdat het dan beter tot zijn recht komt. Die fout is bij Chicks, Kicks & Glory in elk geval niet gemaakt, en een van de vele redenen waarom de Zone-redactie een bezoek eraan warm aanbeveelt.
Chicks, Kicks & Glory is nog tot 5 februari 2011 te bezichtigen in het Imagine IC, Bijlmerplein 1006-1008, 1102 ML Amsterdam Zuidoost. Openingstijden: dinsdag t/m zaterdag, van 11 tot 17 uur. De toegang is gratis.

In Memoriam Kees Kousemaker - 25 januari 1942 ~ 27 april 2010
28-04-2010 00:00
Dinsdag 27 april overleed Kees Kousemaker, de oprichter van
stripantiquariaat Lambiek en een monument in de stripwereld. Hij is 68 jaar
geworden. Hoewel hij al langer ernstig ziek was, komt dit trieste nieuws
toch onverwachts, omdat er met zijn dood een gemis ontstaat dat niet meer
op te vullen valt.
Kees Kousemaker (Sir Cornelis ‘Kees’ Kousemaker) was een van
Nederlands’ meest befaamde kenners van beeldverhalen, die in 1968 de
eerste stripwinkel van Europa oprichtte. Sindsdien publiceerde hij
verschillende boeken over strips, waaronder Strip voor strip in 1970
bij zijn eigen uitgeverij De Morsige Roerganger en Wordt Vervolgd in
1980 bij Het Spectrum. Daarnaast schreef hij diverse artikelen over strips
voor internationale publicaties en belangrijke periodieken als het Spaanse
Historia de los comics.
Zijn legendarische winkel en kunstgalerie is talloze malen onderscheiden; zo won Lambiek ondermeer ‘De Zilveren Dolfijn’ van de Belgische Comic-strip Club, de P.H. Frankfurter Prijs voor bijzondere verdiensten van Het Stripschap en de beroemde Will Eisner Retailers Award voor de uitzonderlijke bijdrage die Lambiek en zijn oprichter aan de internationale stripwereld geleverd hebben. Tevens werden er door de jaren heen vele speciale exposities aan de winkel gewijd. In april 2006 ontving Kees Kousemaker een Koninklijke onderscheiding voor zijn ontelbare bijdragen aan de Nederlandse stripwereld; hij werd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau geslagen.
Kees Kousemaker was een drijvende kracht, een inspiratiebron, een ware pionier en held voor iedereen die de stripwereld een warm hart toedraagt, en is van onschatbare waarde voor het Nederlandse beeldverhaal geweest. Zijn dood is dan ook een groot verlies, waar de redactie van Zone 5300 innig bedroefd over is. Vandaar dat wij via deze weg onze deelneming willen betuigen aan zijn nabestaanden.
Zijn legendarische winkel en kunstgalerie is talloze malen onderscheiden; zo won Lambiek ondermeer ‘De Zilveren Dolfijn’ van de Belgische Comic-strip Club, de P.H. Frankfurter Prijs voor bijzondere verdiensten van Het Stripschap en de beroemde Will Eisner Retailers Award voor de uitzonderlijke bijdrage die Lambiek en zijn oprichter aan de internationale stripwereld geleverd hebben. Tevens werden er door de jaren heen vele speciale exposities aan de winkel gewijd. In april 2006 ontving Kees Kousemaker een Koninklijke onderscheiding voor zijn ontelbare bijdragen aan de Nederlandse stripwereld; hij werd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau geslagen.
Kees Kousemaker was een drijvende kracht, een inspiratiebron, een ware pionier en held voor iedereen die de stripwereld een warm hart toedraagt, en is van onschatbare waarde voor het Nederlandse beeldverhaal geweest. Zijn dood is dan ook een groot verlies, waar de redactie van Zone 5300 innig bedroefd over is. Vandaar dat wij via deze weg onze deelneming willen betuigen aan zijn nabestaanden.

Zone 5300-tekenaars domineren Benelux Beeldverhalen Prijs
Erwin Kho gaat er met de beker vandoor

Er hingen veel Zone 5300-tekenaars aan de wand met de beste veertig inzendingen, die middag op zaterdag 24 april 2010, toen in het Scryption in Tilburg de tentoonstelling van de Benelux Beeldverhalen Prijs werd geopend.
Bij die gelegenheid werd ook de prijs voor de beste inzending uitgereikt door de intendant strips bij het Fonds BKVB, Gert Jan Pos, in het bijzijn van uitgever Rienk Tychon en NRC Next-redactiechef Ward Wijndelts. De prijs is namelijk een initiatief van het Fonds en uitgeverij De Vliegende Hollander, in samenwerking met NRC Next dat in de voorafgaande week de vijf beste inzendingen met een spread bekroonde. De Benelux Beeldverhalen Prijs 2010, een bedrag van 1000 euro, ging naar Erwin Kho, die in het jongste nummer van Zone 5300 met ...GESLOTEN DEUREN zijn debuut maakte. Hij kreeg de prijs voor Elke seconde telt. ‘Omdat hij als beste van de 121 inzenders waanzinnig tekenwerk paarde aan een knap scenario. Achter de eenvoudige handeling, een man komt bij de drogist, ligt een heel drama besloten. Het is een graphic novel van twee pagina’s’, aldus Gert Jan Pos.
Maar Erwin Kho was niet de enige Zone-tekenaar die geëerd werd. Van de beste zes inzendingen waren er drie afkomstig uit de Zone-gelederen. Nummer drie werd Robert van Raffe, bij de Zone-lezer ook bekend als Dandy Raffe, met VWO, een verhaal met ‘een onverslijtbaar thema: verliefd zijn op een onbereikbaar meisje.’ Tweede werden Jan Cleijne en Jantiene de Kroon met Zuidas, die (nog) geen Zone-tekenaars zijn. De zesde beste inzending kwam van Wouter Gresnigt (Zone-vormgever en verantwoordelijk voor de cover van het jongste nummer), met Dag/Nacht, dat, zo vernam uw verslaggever, de vijfde plaats zeer dicht benaderd had. De jury was dan ook niet te benijden, omdat de deelnemers bewijzen dat er van een artistieke crisis in het Nederlandse beeldverhaal inderdaad geen sprake is. Want álle veertig inzendingen die de longlist haalden, zijn van ongekend hoog niveau.
In het volgende nummer van Zone 5300 komt een interview met de drie beste inzenders.
De tentoonstelling van de veertig beste inzendingen is nog tot eind augustus in het Scryption te bezichtigen.

