Oprechte films met een steekje los
24-08-2011 01:00


Van 7 t/m 11 september vindt de zesde editie van het BUT filmfestival plaats. Wie tijdens de Stripdagen van Breda een overdosis strips oploopt, kan elders in de stad een filmpje pikken van het obscure soort: BUT staat namelijk voor B-movies, Underground en Trash.
Het BUT Film Festival richt zich op de films die het niet van hun budget moeten hebben, maar des te meer van het enthousiasme van de makers. Geen gewilde camp, maar oprechte films met ideeën cq. een steekje los. Daarnaast zijn er speciale gasten. Op eerdere edities waren dat legendes als John Waters en Jörg Butgereit; dit jaar zullen Martin Degville (ooit zanger van Sigue Sigue Sputnik) en de man die de term 'cinema of transgression' muntte, undergroundregisseur Nick Zedd, van de partij zijn.
De Duitse Stripauteur Fufu Frauenwahl, die geregeld in Zone 5300 en Pulpman bijdraagt, zal een installatie van doodskisten (met inhoud) in elkaar zetten. Andere kunstenaars die het festival bijkleuren zijn Joost Halbersma, Erik Alkema en animator Dirk Verschure. Muziek zal er ook zijn, en wel metal van Botulism, Walpuris Nacht en Cirith Gorgor, plus de controversiële Franse viespeuk Jean-Louis Costes.
Als voorproefje zal in Roodkapje te Rotterdam vanavond, woensdag 24 augustus, een preview worden gehouden, aanvang om 19:30u. Na een introductie zal de Japanse film Phantom of the Town van Hiroshi Toda vertoond worden. Geïnteresseerden dienen zich op te geven bij de organisatie: post@butff.nl
Houd voor meer informatie de website in het oog: www.butff.nl
Zone 5300 geeft weg: 5 keer 2 kaarten voor BUTFF!
In samenwerking met BUTFF geven wij vijf keer twee kaarten weg voor een film naar keuze tijdens het festival. Alles wat u hoeft te doen is ons een mailtje sturen met als subject ‘BUTFF 2011’ en (belangrijk!!!) vermelding van uw volledige naam en adres én naar welke film u wilt en op welke dag. Sluitingsdatum actie: woensdag 31 augustus om 12.00 uur. Prijswinnaars krijgen direct bericht.

Green Lantern
Een week nadat Captain
America, de eerste held van Marvel Comics, in première
ging, vliegt Green Lantern in de bioscoop. Als je echter maar voor
één superheldenfilm een kaartje wil kopen deze zomer, dan zou
ik de groene lantaarn links laten liggen en voor het Amerikaanse
volksvermaak gaan dat Captain America: The First Avenger biedt.
Als het om verfilmingen van hun striphelden gaat, loopt DC Comics hopeloos achter op Marvel. Afgezien van twee boeiende delen in de Batman-reeks van meesterregisseur Christopher Nolan is het de laatste jaren armoe troef wat de DC-helden betreft. Bryan Singer wist met zijn Superman Returns niet echt een eigen stempel te drukken en bleef te veel hangen in het verleden van de voorgaande films met Christopher Reeve. Singer maakte wel een aardige film, maar een blijvertje dat meerdere delen voortbracht werd het niet. Men is nu druk bezig met de franchise opnieuw een injectie te geven.
The Green Hornet kwam een paar maanden geleden uit met Seth Rogen in de hoofdrol. Aardige jongen, die Rogen, maar een superheld is hij niet. En nu is er Ryan Reynolds die het groene pakje van Green Lantern heeft aangetrokken om de barricaden op te gaan en Marvel een poepje te laten ruiken. (Eerder speelde Reynolds nog Deadpool in X-Men Origins: Wolverine.) Toch is Green Lantern in dat opzicht een mislukte poging.
Cursus De rolprent begint met een te lange Teleac-cursus over het ontstaan van de Green Lanterns. Het Green Lantern corps is een broederschap van krijgers van allerlei werelden die gezworen hebben de intergalactische orde te handhaven. Elke Lantern draagt een ring die hem superkrachten heeft: je kunt ermee vliegen en alles wat je je kunt bedenken kan door de ring worden gecreëerd. Als de aardse Green Lantern probeert te voorkomen dat een belangrijke politicus (Tim Robbins) met zijn helikopter crasht, creëert hij een raceauto waarop de helikopter rondgereden kan worden. Tijdens zijn training tovert Green Lantern een zwaard van groene energie tevoorschijn. De hoeveelheid energie die de ring bezig wordt bepaald door de hoeveelheid wilskracht van de drager.
Zo, bent u nog wakker?
Lefgozer
De bijdehante testpiloot Hal Foster is de eerste mens die is uitverkoren om een Green Lantern te worden. Omdat de nieuwe rekruut een lefgozer is die iedere verantwoordelijkheid uit de weg gaat, wordt de eerste mens in de broederschap met enige scepsis ontvangen door de leider van het stel. En niet geheel onterecht: Hal gelooft zelf ook niet erg in zijn eigen kunnen. Pas wanneer hij beseft dat hij zijn angst moet overwinnen kan hij een volwaardige held worden. Uiteraard is juist zijn menselijkheid een troef in de eindstrijd tegen Parallax, de kwaadaardige entiteit die gevoed wordt door haat. Er worden dus belerende thema's in Green Lantern aangestipt.
Regisseur Martin Campbell en de cast bedoelen het ongetwijfeld goed, maar weten geen boeiende film af te leveren. Daarvoor slaapwandelen de personages te veel door de clichés van het superheldengenre. Wederom wordt het Lois Lane-syndroom uit de kast getrokken: het meisje van de held (gespeeld door de aantrekkelijke Blake Lively) wordt ontvoerd door de schurk. De strijd tussen de mannen draait zowel om het veroveren van haar hart als om het redden van de wereld. Dat hebben we wel vaker gezien de laatste jaren. Dat Green Lantern het voorspelbare patroon van het genre niet ontstijgt, is op zich niet het ergste: het volledig ontbreken van enig noemenswaardige humor is dat wel. Ook de actiescènes voelen plichtmatig aan.
Kortom, wat betreft de filmstrijd tussen Marvel en DC, slaat de laatste met de saaie Green Lantern verfilming nog geen deuk in een pakje boter. Marvel Comics staat ook in de bioscoop ver voor op concurrent DC.
Vanaf 4 augustus in de bioscoop. Ook in 3D.
Als het om verfilmingen van hun striphelden gaat, loopt DC Comics hopeloos achter op Marvel. Afgezien van twee boeiende delen in de Batman-reeks van meesterregisseur Christopher Nolan is het de laatste jaren armoe troef wat de DC-helden betreft. Bryan Singer wist met zijn Superman Returns niet echt een eigen stempel te drukken en bleef te veel hangen in het verleden van de voorgaande films met Christopher Reeve. Singer maakte wel een aardige film, maar een blijvertje dat meerdere delen voortbracht werd het niet. Men is nu druk bezig met de franchise opnieuw een injectie te geven.
The Green Hornet kwam een paar maanden geleden uit met Seth Rogen in de hoofdrol. Aardige jongen, die Rogen, maar een superheld is hij niet. En nu is er Ryan Reynolds die het groene pakje van Green Lantern heeft aangetrokken om de barricaden op te gaan en Marvel een poepje te laten ruiken. (Eerder speelde Reynolds nog Deadpool in X-Men Origins: Wolverine.) Toch is Green Lantern in dat opzicht een mislukte poging.
Cursus De rolprent begint met een te lange Teleac-cursus over het ontstaan van de Green Lanterns. Het Green Lantern corps is een broederschap van krijgers van allerlei werelden die gezworen hebben de intergalactische orde te handhaven. Elke Lantern draagt een ring die hem superkrachten heeft: je kunt ermee vliegen en alles wat je je kunt bedenken kan door de ring worden gecreëerd. Als de aardse Green Lantern probeert te voorkomen dat een belangrijke politicus (Tim Robbins) met zijn helikopter crasht, creëert hij een raceauto waarop de helikopter rondgereden kan worden. Tijdens zijn training tovert Green Lantern een zwaard van groene energie tevoorschijn. De hoeveelheid energie die de ring bezig wordt bepaald door de hoeveelheid wilskracht van de drager.
Zo, bent u nog wakker?
Lefgozer
De bijdehante testpiloot Hal Foster is de eerste mens die is uitverkoren om een Green Lantern te worden. Omdat de nieuwe rekruut een lefgozer is die iedere verantwoordelijkheid uit de weg gaat, wordt de eerste mens in de broederschap met enige scepsis ontvangen door de leider van het stel. En niet geheel onterecht: Hal gelooft zelf ook niet erg in zijn eigen kunnen. Pas wanneer hij beseft dat hij zijn angst moet overwinnen kan hij een volwaardige held worden. Uiteraard is juist zijn menselijkheid een troef in de eindstrijd tegen Parallax, de kwaadaardige entiteit die gevoed wordt door haat. Er worden dus belerende thema's in Green Lantern aangestipt.
Regisseur Martin Campbell en de cast bedoelen het ongetwijfeld goed, maar weten geen boeiende film af te leveren. Daarvoor slaapwandelen de personages te veel door de clichés van het superheldengenre. Wederom wordt het Lois Lane-syndroom uit de kast getrokken: het meisje van de held (gespeeld door de aantrekkelijke Blake Lively) wordt ontvoerd door de schurk. De strijd tussen de mannen draait zowel om het veroveren van haar hart als om het redden van de wereld. Dat hebben we wel vaker gezien de laatste jaren. Dat Green Lantern het voorspelbare patroon van het genre niet ontstijgt, is op zich niet het ergste: het volledig ontbreken van enig noemenswaardige humor is dat wel. Ook de actiescènes voelen plichtmatig aan.
Kortom, wat betreft de filmstrijd tussen Marvel en DC, slaat de laatste met de saaie Green Lantern verfilming nog geen deuk in een pakje boter. Marvel Comics staat ook in de bioscoop ver voor op concurrent DC.
Vanaf 4 augustus in de bioscoop. Ook in 3D.
Captain America: The first avenger

Het wachten is tot volgend jaar de film The Avengers uitkomt, waarin de Marvelhelden de Hulk, Iron Man, Thor, Black Widow, Hawkeye en Captain America een hoofdrol in zullen spelen. Afgezien van Black Widow en Hawkeye heeft nu iedere held afzonderlijk in ieder geval één filmavontuur op zijn naam staan. Captain America ging vorige week in première in Amerika en draait deze week vanaf de 28ste in de Nederlandse zalen.
Captain America is naast Spider-Man de meest
iconografische held van uitgeverij Marvel Comics. Dit jaar wordt de supersoldaat alweer 70
jaar. Het waren de heren Joe
Simon and Jack Kirby die Cap voor het eerst op papier zetten in
maart 1941. Op de cover van die eerste comic geeft de held een ferme klap
tegen niemand minder dan Adolf Hitler himself. Hiermee begon feitelijk de
Marvel Age of Comics waarin supertypes de wereld een beetje schoner maken,
ook al heette de uitgeverij toen nog Timely Publications.
Sukkeltje met een goed hart
In Captain America: The first avenger van regisseur Joe Johnston wil Steve Rogers (Chris Evans) wil kostte wat het kost soldaat worden in het Amerikaanse leger om de nazi's een poepje te laten ruiken. Rogers, die keer op keer door bullebakken klappen krijgt, geeft als motief op dat hij niet van pestkoppen houdt. Helaas wordt zijn aanvraag telkens afgewezen: de slappe, magere Rogers kan nog geen deuk in een pakje boter slaan. Dat verandert als hij wordt geselecteerd voor een speciaal project om supersoldaten te creëren - een natte droom die menig Amerikaanse generaal tot op de dag van vandaag nog steeds zal hebben vermoed ik.
Rogers krijgt een superserum toegediend waardoor zijn lichaam van het een op het andere moment in dat van Arnold Schwarzenegger. In beginsel wordt Captain America slechts ingezet als propagandamiddel, maar als snel bewijst Rogers dat hij zeer effectief kan zijn in de Amerikaanse strijd tegen de nazi's, in het bijzonder tegen Red Skull (Hugo Weaving) die de HYRDRA organisatie leidt - een afgeleide van Hiter en co. die op eigen kracht streeft naar wereldoverheersing.
Captain America: The first Avenger is een zeer vermakelijke pulpfilm geworden, vol spetterende specialeffects en bovenal een sympathieke held achter het masker. Toch haalt de film het niet bij de beste stripverfilmingen X-Men 2 en Spider-Man 2.
De casting van de charmante Chris Evans is een schot in de roos. Evans speelde eerder Johnny Storm/Human Torch in de twee Fantastic Four-films. Hij lijkt niet alleen op de Steve Rogers uit de strip, hij brengt ook de juiste combinatie van geloofwaardigheid en enthousiasme mee om deze iconografische rol te dragen. Tommy Lee Jones speelt de sarcastische Kolonel Chester Phillips met zichtbaar plezier. De verbale schermutselingen tussen beide heren leveren genoeg lachmomenten op.

Huidprobleem De grote misser in deze film is de schurk Red Skull. Dat Hugo Weaving kan acteren heeft hij al vele malen bewezen, maar zijn uitvoering van de afvallige nazi met een serieus huidprobleem is onder de maat. Dat ligt vooral aan het feit dat deze machtswellusteling zo plat als een dubbeltje geschreven is. Je kunt anno 2011 niet meer aankomen met het type derderangs Bondschurk dat de wereld wil overheersen just for the hack of it. Aangezien Red Skull net als Rogers is geïnjecteerd met het superserum en daarmee qua kracht en vermogen de schaduwversie is van Captain America, had er mijns inziens uit hun confrontatie veel meer gehaald kunnen worden.
Leuk is de sequentie waarin Cap wordt ingezet als propagandamiddel: we zien hem op toneel een acteur neerslaan die Hitler speelt en er worden fragmenten getoond van de filmserials waarin Cap de hoofdrol speelt - net als in de echte jaren veertig waarin de strips van Cap het moraal van de Amerikaanse soldaten een boost moest geven en er een serial over hem in de Amerikaanse bioscopen draaide.
Blijf bij Captain America: The first avenger vooral in de zaal zitten tot na de aftiteling om de lekkermakende preview te zien van The Avengers.
Rock-'n-roll-Sturmführer

Bij een documentaire over Lemmy Kilmister weet je vooraf al dat het goed
zit met de soundtrack. De man met de grote snor, dito wrat en schorre keel
is namelijk zanger/bassist van Motörhead, dat sinds 1975 bijna elk
jaar een plaat maakt met minstens één knaller. Een garantie
dus voor anderhalf uur fijn harde rock-'n-roll. En iedereen die cool is
vindt Lemmy cool, dus talking heads zijn ook geen probleem.
De tijd was rijp voor Lemmy, want Motörhead is langzaam opgewaardeerd van white-trash-herrie tot classic rock. De Britse band werd ooit gebombardeerd tot 'Worst Band in the World', maar dat deerde niet, want zoals ex-gitarist Fast Eddie het zegt: 'Kids were like, "I wanna see the worst band, they must be great!"'
Motörhead kan rekenen op trouwe fans, waaronder Metallica en Mötley Crüe. Lemmy woont al jaren bij zijn beroemde vrienden in L.A., waar hij vastgekleefd lijkt aan de trashy Sunset Strip. Daar wijdt hij zich naar hartenlust aan gokken, zuipen, roken, vrouwen en speed. Toch is hij allesbehalve een asshole; de documentaire laat overtuigend zien dat Lemmy eigenlijk heel lief is, een serieuze man, geïnteresseerd in economie en oorlogsgeschiedenis. Wanneer Lemmy zijn gigantische collectie nazimessen toont en een Duitse tank beklimt in Sturmführer-uniform geloof je hem als hij zegt: 'Ik ben zo ver verwijderd van een neonazi als je maar kan bedenken. Als de Israëli's de mooiste uniforms hadden, dan had ik díe verzameld.'
Lemmy ontstijgt de gemiddelde rockumentary vanwege Lemmy. Verder doet de film wat hij moet doen: vakkundig aandacht schenken aan ondergewaardeerde muziek.
Lemmy verschijnt deze week op dubbel-dvd met Nederlandse ondertiteling en 200 minuten extra materiaal.
De tijd was rijp voor Lemmy, want Motörhead is langzaam opgewaardeerd van white-trash-herrie tot classic rock. De Britse band werd ooit gebombardeerd tot 'Worst Band in the World', maar dat deerde niet, want zoals ex-gitarist Fast Eddie het zegt: 'Kids were like, "I wanna see the worst band, they must be great!"'
Motörhead kan rekenen op trouwe fans, waaronder Metallica en Mötley Crüe. Lemmy woont al jaren bij zijn beroemde vrienden in L.A., waar hij vastgekleefd lijkt aan de trashy Sunset Strip. Daar wijdt hij zich naar hartenlust aan gokken, zuipen, roken, vrouwen en speed. Toch is hij allesbehalve een asshole; de documentaire laat overtuigend zien dat Lemmy eigenlijk heel lief is, een serieuze man, geïnteresseerd in economie en oorlogsgeschiedenis. Wanneer Lemmy zijn gigantische collectie nazimessen toont en een Duitse tank beklimt in Sturmführer-uniform geloof je hem als hij zegt: 'Ik ben zo ver verwijderd van een neonazi als je maar kan bedenken. Als de Israëli's de mooiste uniforms hadden, dan had ik díe verzameld.'
Lemmy ontstijgt de gemiddelde rockumentary vanwege Lemmy. Verder doet de film wat hij moet doen: vakkundig aandacht schenken aan ondergewaardeerde muziek.
Lemmy verschijnt deze week op dubbel-dvd met Nederlandse ondertiteling en 200 minuten extra materiaal.

Ik ben altijd een grote fan geweest van de X-men-films.
Bryan Singer zette met zijn eerste twee films de juiste toon voor
superheldenfilms: respect voor het stripmateriaal met ruimte voor een grap,
goede casting en overtuigende special effects. X-Men 2 zal altijd
een van mijn favoriete stripverfilmingen blijven.
Ik ben dan ook verheugd dat Singer nauw betrokken was bij de productie van X-Men: First Class, als producent en schrijver van het verhaal. Het script werd onder andere gepend door Jane Goldman en Matthew Vaughn die ook Kick-Ass scripten, de overdonderende film die ook door Vaughn geregisseerd werd.
X-Men: First Class is een prequel op de eerdere X-films en verhaalt hoe telepaat Charles Xavier en Erik Lensherr elkaar ontmoeten, hoe hun vriendschap ontstaat en uiteindelijk hun wegen scheiden op grond van onverenigbare politieke denkwijzen. Terwijl Xavier hoopt dat de mutanten in vrede kunnen samenleven met de mensheid, heeft Lensherr, alias Magneto die hoop allang laten varen. In zijn ogen zijn de mutanten, mensen met een speciale gave die zich manifesteert in de pubertijd, de volgende stap in de evolutie en de betere menssoort.
Nazi's
De film begint met dezelfde scène als X-Men: We zien hoe de jonge Lensherr in een concentratiekamp in Polen wordt gescheiden van zijn ouders. Door de zware emoties die hij ervaart komen zijn gaven om magnetische velden en materialen te beïnvloedden, voor het eerst aan het licht. Niet alleen is de scène nagenoeg hetzelfde gefilmd als de openingsscène uit X-Men, ook de soundtrack van Michael Kamen is van de digitale opslag gehaald en eronder gezet. Slim, want de toonzetting doet daardoor herinneren aan het goede werk van Singer, terwijl de film daarna vrij is om eigen wegen in te slaan.
First Class speelt zich voornamelijk af in de jaren zestig en de strijd tussen Sebastian Shaw en de X-Men is gesitueerd rond de Cubacrisis. Shaw hoopt de Verenigde Staten en Rusland zodanig te manipuleren dat de mutanten als laatste zullen overblijven. Magneto heeft ook een persoonlijk appeltje met hem te schillen.
Net als bij de vorige films krijgt de kijker een grote groep personages voorgeschoteld. Uiteraard betekent dit dat een deel van de cast er wat bekaaid vanaf komt en dat de nadruk vooral ligt op de relatie tussen Xavier, Lensherr, Shaw en Mystique. Dat mag verder de pret niet drukken. De vervolgfilms zullen ruimte bieden om de andere personages verder uit te werken.
Cameo's
Regisseur Vaughn trakteert ons op een combinatie tussen superheldenfilms en James Bond - de knipoog naar de films met Sean Connery is niet te missen in de stijl van de film en grandeur van de actie. Verder bevat X-Men: First Class leuke cameo's van Hugh Jackman als Wolverine en Rebecca Romijn die Mystique in de eerste drie films haar prachtige gestalte verleende. Zoals gebruikelijk bij de X-men-films is er geen cameo van Stan Lee, die normaliter in iedere superheldenfilm die gebaseerd is op zijn creaties acte de presence geeft. Lee bedacht X-Men samen met Jack Kirby in 1963, al werd de serie pas echt populair onder het schrijverschap van Chris Claremont.
Een extra attractie is Kevin Bacon die Sebastian Shaw met zichtbaar plezier dik aangezet gestalte geeft. Hij blijkt een aardig mondje Duits te kunnen spreken. Sowieso is deze aflevering van de reeks opvallend veeltalig. Opmerkelijk voor een Amerikaanse blockbuster.
X-Men First Class draait vanaf 2 juni in de bios.
Ik ben dan ook verheugd dat Singer nauw betrokken was bij de productie van X-Men: First Class, als producent en schrijver van het verhaal. Het script werd onder andere gepend door Jane Goldman en Matthew Vaughn die ook Kick-Ass scripten, de overdonderende film die ook door Vaughn geregisseerd werd.
X-Men: First Class is een prequel op de eerdere X-films en verhaalt hoe telepaat Charles Xavier en Erik Lensherr elkaar ontmoeten, hoe hun vriendschap ontstaat en uiteindelijk hun wegen scheiden op grond van onverenigbare politieke denkwijzen. Terwijl Xavier hoopt dat de mutanten in vrede kunnen samenleven met de mensheid, heeft Lensherr, alias Magneto die hoop allang laten varen. In zijn ogen zijn de mutanten, mensen met een speciale gave die zich manifesteert in de pubertijd, de volgende stap in de evolutie en de betere menssoort.
Nazi's
De film begint met dezelfde scène als X-Men: We zien hoe de jonge Lensherr in een concentratiekamp in Polen wordt gescheiden van zijn ouders. Door de zware emoties die hij ervaart komen zijn gaven om magnetische velden en materialen te beïnvloedden, voor het eerst aan het licht. Niet alleen is de scène nagenoeg hetzelfde gefilmd als de openingsscène uit X-Men, ook de soundtrack van Michael Kamen is van de digitale opslag gehaald en eronder gezet. Slim, want de toonzetting doet daardoor herinneren aan het goede werk van Singer, terwijl de film daarna vrij is om eigen wegen in te slaan.
First Class speelt zich voornamelijk af in de jaren zestig en de strijd tussen Sebastian Shaw en de X-Men is gesitueerd rond de Cubacrisis. Shaw hoopt de Verenigde Staten en Rusland zodanig te manipuleren dat de mutanten als laatste zullen overblijven. Magneto heeft ook een persoonlijk appeltje met hem te schillen.
Net als bij de vorige films krijgt de kijker een grote groep personages voorgeschoteld. Uiteraard betekent dit dat een deel van de cast er wat bekaaid vanaf komt en dat de nadruk vooral ligt op de relatie tussen Xavier, Lensherr, Shaw en Mystique. Dat mag verder de pret niet drukken. De vervolgfilms zullen ruimte bieden om de andere personages verder uit te werken.
Cameo's
Regisseur Vaughn trakteert ons op een combinatie tussen superheldenfilms en James Bond - de knipoog naar de films met Sean Connery is niet te missen in de stijl van de film en grandeur van de actie. Verder bevat X-Men: First Class leuke cameo's van Hugh Jackman als Wolverine en Rebecca Romijn die Mystique in de eerste drie films haar prachtige gestalte verleende. Zoals gebruikelijk bij de X-men-films is er geen cameo van Stan Lee, die normaliter in iedere superheldenfilm die gebaseerd is op zijn creaties acte de presence geeft. Lee bedacht X-Men samen met Jack Kirby in 1963, al werd de serie pas echt populair onder het schrijverschap van Chris Claremont.
Een extra attractie is Kevin Bacon die Sebastian Shaw met zichtbaar plezier dik aangezet gestalte geeft. Hij blijkt een aardig mondje Duits te kunnen spreken. Sowieso is deze aflevering van de reeks opvallend veeltalig. Opmerkelijk voor een Amerikaanse blockbuster.
X-Men First Class draait vanaf 2 juni in de bios.
26-05-2011 18:00


Achteraf gezien is Howl van grote invloed geweest op de jongeren die Ginsberg in dit gedicht uit 1955 omschrijft, jongeren van een naoorlogse generatie vol potentie die hij ten onder ziet gaan aan waanzin en die zich laven aan drank, drugs en seks, maar nergens van kunnen genieten. In het gedicht wijst Ginsberg naar de oorzaak van al die gekte: Moloch, symbool voor het allesoverheersende militair-industriële complex waar president Eisenhower zes jaar later tevergeefs voor zou waarschuwen in zijn afscheidstoespraak.
Ginsberg was tegelijk profeet en entertainer. Howl is een lang gedicht, maar zoals hij het door de jaren heen voordroeg, geïnspireerd door de solo's van jazzmusici, wist hij iedereen moeiteloos 20 tot 30 minuten in zijn greep te houden. Daarbij hielp het dat hij gevoel voor humor had, dat hij de taal van de straat sprak en dat hij woorden als 'fuck', 'cunt' en 'cock' niet schuwde.
Om de vermeend obscene taal in Howl kreeg Ginsbergs uitgever Lawrence Ferlinghetti in 1957 een proces aan zijn broek, het proces dat centraal staat in de film. We zien aanklagers en verdedigers hartstochtelijk pleidooi voeren, afgewisseld met beelden van Ginsberg, die in zijn appartement geïnterviewd wordt. Ginsberg wordt geacteerd door James Franco, die weer een compleet ander gezicht laat zien dan in 127 Hours. De rechtszaak en het interview lopen parallel met passages uit Howl die verspreid zijn over de film en samen het volledige gedicht vormen.
In hun prachtig geconstrueerde monument voor Howl leggen filmmakers Rob Epstein en Jeffrey Friedman niet zozeer de nadruk op het revolutionaire karakter van het gedicht. Net als in hun documentaires Celluloid Closet en Times of Harvey Milk maken ze zich vooral druk over het wegwissen van homoseksualiteit uit de geschiedenis en het vertekende beeld dat dit geeft voor toekomstige generaties. Daarmee brengen ze een ode aan Ginsberg, die zelf homoseksueel was; hij uit het openlijk in Howl en tegelijk beschrijft hij welke ellende er voort kan komen uit het onderdrukken van iemands seksuele voorkeur.
Mede door het taboedoorbrekende karakter is Howl zo belangrijk en daarom zou iedereen op de hoogte moeten zijn van de geschiedenis achter het gedicht. Epstein en Friedman leggen het allemaal glashelder uit, met als nadeel dat hun film soms iets te voorgekauwd overkomt. Dit geldt ook voor de animaties van Drooker, die te weinig in contrapunt gaan met het gedicht. De film wordt gered door Franco, die zich bewijst als een van de betere acteurs van zijn generatie.
Dorian Gray

Het verhaal van Dorian Gray heeft me altijd gefascineerd. Het dat Dorians ziel geschoond blijft van zijn zondige handelingen, omdat de littekens van alle vuiligheid die hij uitvoert letterlijk in zijn geschilderde portret gaan zitten, heb ik altijd intrigerend gevonden. Het thema eeuwig jong blijven spreekt ook tot mijn verbeelding. Wildes roman, gepubliceerd in 1891, is daarom een van mijn favoriete boeken.
Met de verfilming van Oliver Parker ben ik niet ontevreden. Parker maakte een dynamische filmversie van het verhaal die enerzijds de sfeer meepikt van Londen in de vroege dagen van de twintigste eeuw, maar ook eigentijds aandoet.
Seks, drugs & moord
De film begint op het moment dat jongeling Dorian Gray een moord begaat en het lijk dumpt. Daarna wordt de klok een jaar teruggedraaid en zien we dat de latere moordenaar een verlegen, ietwat wereldvreemde jongeman is die zijn eerste stappen in het Londen van het laatste decennium van de negentiende eeuw zet. Al snel laat hij zich beïnvloeden door de levenswijze van Lord Henry Wotton die vindt dat je van alle geneugten des levens ten volle moet genieten. Dat de leerling de meester uiteindelijk overtreft komt vooral omdat Wotton zijn theorie graag predikt, maar lang niet altijd naleeft omdat hij daar toch te laf voor blijkt te zijn. Dorian verliest zich echter in een wereld vol lust, egoïsme en hedonisme.
Colin Firth speelt op heerlijk aanstekende wijze de cynische Wotton. Ben Barnes zet een verdienstelijke en onderkoelde Gray neer. Zijn Dorian is kleurrijker en minder stijf dan hoe Hurd Hatfield de jonge aristocraat in de filmversie uit 1945 gestalte gaf. In die toneelmatige versie wordt voor schrikeffect het schilderij in felgekleurde technicolor getoond, terwijl de rest van de film in sober zwart-wit is gedraaid. Wat overigens normaal was voor die tijd.
In Parkers versie wordt het portret echt een levende entiteit. Dit doet hij door op effectieve wijze een subjectief point-of-view shot vanuit het schilderij te tonen. De maden die uit de verf kruipen en een creatief gebruik van digitale effecten maken de illusie compleet.
Overigens schiet de digitale toverij soms wat tekort, zoals in het openingshot van Londen. Dit craneshot begint met een panorama van de stad waarna de camera langzaam naar beneden gaat en de straat van Dorian Grays huis toont. Het beeld voelt te digitaal geschilderd aan, wat een laag budget doet vermoeden. Voor CGI-effecten geldt immers net zo goed als voor een halsketting dat de zwakste schakel de kracht van het geheel bepaalt.
DVD
De film uit 2009 is recent door entertainment one op dvd uitgebracht. Helaas ontbreken er extra's op de schijf. Ook is het niet mogelijk om bij het opstarten meteen naar het hoofdmenu te gaan, maar moet je eerst alle trailers skippen voor je met de film kunt beginnen. Dat is nogal ergerlijk en komt bij Nederlandse versies van DVD's helaas te vaak voor.
Thor
Hoe een dondergod volwassen wordt
De Noorse dondergod Thor, al jaren ingelijfd in het Marvel
Universum, is de volgende in een rij superhelden die van het witte doek
afspat. In 3D nog wel. Kenneth Branagh regisseerde een zeer vermakelijke en
romantische blockbuster.
In wezen is Thor een familiedrama; een broedertwist tussen de broers Thor en Loki. Thor is de zoon die de goedkeuring van zijn vader wil, maar hij is nog te ijdel en impulsief om de troon van Odin, Koning van Asgaard, over te nemen. Na een impulsieve daad ontneemt Odin Thor zijn goddelijke krachten en verbant hem naar de aarde. Ook stuurt hij Thors hamer Mjollnir die kant uit. Pas wanneer de zoon de macht van Thor waardig is, dus als hij 'volwassen' is geworden, zal hij Mjollnir weer mogen hanteren. Ondertussen ziet broer Loki zijn kans schoon om uit Thors schaduw te stappen en de macht te grijpen. Thor gaat dus eigenlijk over een superheld die de overgang van puber tot volwassene ondergaat.
Romantisch
De volwassenwording van Thor komt in een stroomversnelling als hij Natalie Portman ontmoet - ze is een wetenschapper die uitzonderlijke hemellichamen onderzoekt. In dat opzicht is niets menselijks deze Noorse god vreemd. Branagh geeft in de film het menselijk drama ruimschoots de ruimte.
Thors hamer zit op magische wijze stevig vast in een berg versteend zand. Dat levert in de film een aardig tafereel op dat duidelijk een knipoog is naar de legende van Koning Arthur: veel stevig gebouwde mannen proberen Mjollnir los te wrikken en op te tillen, maar niemand sterk of waardig genoeg zal het lukken.
Thor is wederom een held uit de koker van striplegende Stan Lee en een van de tekenaars van Marvel, namelijk de even legendarische Jack Kirby. Lee is natuurlijk de man achter creaties als de Hulk, The Fantastic Four, X-Men en Spider-Man. Dit keer tapte de goedlachse schrijver niet uit het vaatje van radioactiviteit of gammastraling om zijn held van buitengewone krachten te voorzien; hij maakte handig gebruik van Noorse mythologie om de wereld van Thor in het Marvel Universum in te voegen.
Stan Lee heeft overigens weer een leuke cameo, al zal ik niet verklappen welke kleine rol hij nu mag spelen. Hij is niet de enige met een cameo overigens. Schrijver J. Michael Straczynski speelt een kleine rol in een bar. Zijn reeks Thor-comics was ook een van de invloeden voor het script.
Het taalgebruik van Thor in de film is bloemrijk, maar niet zo barok als de stripversie. Al is vanaf het eerste moment dat hij voet op aarde zet, wel duidelijk dat Thor er niet echt thuis hoort. Behalve dat hij zich zeer hoffelijk naar Natalie Portman opstelt - wie in het echte leven de hand van een vrouw vastpakt om een handkus te geven kan waarschijnlijk een klap verwachten - gooit hij ook vrolijk koffiemokken stuk op de grond om aan te tonen dat het hem smaakt.

3D spieren
Een extra pluim voor production designer Bo Welch: Asgaard ziet er fantastisch uit. Ook een zegen is het feit dat 3D-effecten ingetogen worden ingezet. Je komt niet duizelig de bios uit en de film is op meer gestoeld dan alleen visueel effectbejag. (Overigens, als Chris Hemsworth zijn ontblote, zwaar gespierde bovenlijf toont, snap je opeens wel waarom men voor 3D heeft gekozen.)
Kenneth Branagh zal niet willekeurig gekozen zijn om Thor te regisseren. Branagh heeft namelijk enkele filmadaptaties van Shakespeare op zijn naam staan. Koningsdrama's zijn dus gesneden koek voor hem. Ook maakte hij verfilmingen als Mary Shelley's Frankenstein een toneelstuk van Chekhov. Ik vermoed dat de producenten door Branaghs naam aan de film te verbinden deze extra allure hopen mee te geven. Ook de casting van acteer zwaargewichten als Anthony Hopkins en Portman geven de film krediet.
De cast zit dan ook stevig in het zadel. Anthony Hopkins zit de mantel van Odin als gegoten. Ook de Australiër Hemsworth is geen dom gespierd blondje, en weet Thor de juiste hoeveelheid warmte en humor te geven. Daarmee doet de film recht aan het schrijfwerk van Lee, die ook van goden mensen van vlees en bloed weet te maken.
Minpuntje is wel dat Thors optreden op aarde wel wat langer had gemogen. Ook het gevecht dat daar plaatsvindt stelt ietwat teleur: we hebben in het superheldengenre wel beter vuurwerk gezien. Dat gezegd hebbende: Thor is bijna net zo vermakelijk als de eerste Iron Man, en al is Hemsworth nog geen Robert Downey Jr., ik zie hem graag terug in een volgend avontuur van de Noorse dondergod.
Blijf vooral zitten tot na de aftiteling voor het bruggetje naar de film The Avengers die volgend jaar uitkomt.
Thor draait vanaf woensdag 27 april in de Nederlandse bioscoop, in 3D en IMAX 3D.
In wezen is Thor een familiedrama; een broedertwist tussen de broers Thor en Loki. Thor is de zoon die de goedkeuring van zijn vader wil, maar hij is nog te ijdel en impulsief om de troon van Odin, Koning van Asgaard, over te nemen. Na een impulsieve daad ontneemt Odin Thor zijn goddelijke krachten en verbant hem naar de aarde. Ook stuurt hij Thors hamer Mjollnir die kant uit. Pas wanneer de zoon de macht van Thor waardig is, dus als hij 'volwassen' is geworden, zal hij Mjollnir weer mogen hanteren. Ondertussen ziet broer Loki zijn kans schoon om uit Thors schaduw te stappen en de macht te grijpen. Thor gaat dus eigenlijk over een superheld die de overgang van puber tot volwassene ondergaat.
Romantisch
De volwassenwording van Thor komt in een stroomversnelling als hij Natalie Portman ontmoet - ze is een wetenschapper die uitzonderlijke hemellichamen onderzoekt. In dat opzicht is niets menselijks deze Noorse god vreemd. Branagh geeft in de film het menselijk drama ruimschoots de ruimte.
Thors hamer zit op magische wijze stevig vast in een berg versteend zand. Dat levert in de film een aardig tafereel op dat duidelijk een knipoog is naar de legende van Koning Arthur: veel stevig gebouwde mannen proberen Mjollnir los te wrikken en op te tillen, maar niemand sterk of waardig genoeg zal het lukken.
Thor is wederom een held uit de koker van striplegende Stan Lee en een van de tekenaars van Marvel, namelijk de even legendarische Jack Kirby. Lee is natuurlijk de man achter creaties als de Hulk, The Fantastic Four, X-Men en Spider-Man. Dit keer tapte de goedlachse schrijver niet uit het vaatje van radioactiviteit of gammastraling om zijn held van buitengewone krachten te voorzien; hij maakte handig gebruik van Noorse mythologie om de wereld van Thor in het Marvel Universum in te voegen.
Stan Lee heeft overigens weer een leuke cameo, al zal ik niet verklappen welke kleine rol hij nu mag spelen. Hij is niet de enige met een cameo overigens. Schrijver J. Michael Straczynski speelt een kleine rol in een bar. Zijn reeks Thor-comics was ook een van de invloeden voor het script.
Het taalgebruik van Thor in de film is bloemrijk, maar niet zo barok als de stripversie. Al is vanaf het eerste moment dat hij voet op aarde zet, wel duidelijk dat Thor er niet echt thuis hoort. Behalve dat hij zich zeer hoffelijk naar Natalie Portman opstelt - wie in het echte leven de hand van een vrouw vastpakt om een handkus te geven kan waarschijnlijk een klap verwachten - gooit hij ook vrolijk koffiemokken stuk op de grond om aan te tonen dat het hem smaakt.

3D spieren
Een extra pluim voor production designer Bo Welch: Asgaard ziet er fantastisch uit. Ook een zegen is het feit dat 3D-effecten ingetogen worden ingezet. Je komt niet duizelig de bios uit en de film is op meer gestoeld dan alleen visueel effectbejag. (Overigens, als Chris Hemsworth zijn ontblote, zwaar gespierde bovenlijf toont, snap je opeens wel waarom men voor 3D heeft gekozen.)
Kenneth Branagh zal niet willekeurig gekozen zijn om Thor te regisseren. Branagh heeft namelijk enkele filmadaptaties van Shakespeare op zijn naam staan. Koningsdrama's zijn dus gesneden koek voor hem. Ook maakte hij verfilmingen als Mary Shelley's Frankenstein een toneelstuk van Chekhov. Ik vermoed dat de producenten door Branaghs naam aan de film te verbinden deze extra allure hopen mee te geven. Ook de casting van acteer zwaargewichten als Anthony Hopkins en Portman geven de film krediet.
De cast zit dan ook stevig in het zadel. Anthony Hopkins zit de mantel van Odin als gegoten. Ook de Australiër Hemsworth is geen dom gespierd blondje, en weet Thor de juiste hoeveelheid warmte en humor te geven. Daarmee doet de film recht aan het schrijfwerk van Lee, die ook van goden mensen van vlees en bloed weet te maken.
Minpuntje is wel dat Thors optreden op aarde wel wat langer had gemogen. Ook het gevecht dat daar plaatsvindt stelt ietwat teleur: we hebben in het superheldengenre wel beter vuurwerk gezien. Dat gezegd hebbende: Thor is bijna net zo vermakelijk als de eerste Iron Man, en al is Hemsworth nog geen Robert Downey Jr., ik zie hem graag terug in een volgend avontuur van de Noorse dondergod.
Blijf vooral zitten tot na de aftiteling voor het bruggetje naar de film The Avengers die volgend jaar uitkomt.
Thor draait vanaf woensdag 27 april in de Nederlandse bioscoop, in 3D en IMAX 3D.
Prachtig vormgegeven anticlimax

De Franse speelfilm Simon Werner a disparu… is een soort plakboek, een nostalgische ode van regisseur Fabrice Gobert (1974) aan films en muziek die hem sinds zijn pubertijd nauw aan het hart liggen. Die invloeden zijn vooral Amerikaans en zijn debuutfilm speelt zich dan ook af in een omgeving die eerder aan een Amerikaanse suburb dan aan een Franse buitenwijk doet denken.
Vanaf de openingsscène, waarin ‘het mooiste meisje van de klas’ Alice (Ana Girardot) langs keurig aangeharkte voortuintjes loopt op de maat van een new wave-hit, stapelen de verwijzingen zich op: Brat Pack-films, Donnie Darko, foto’s van Gregory Crewdson, Elephant van Gus van Sant, The Rules of Attraction van Bret Easton Ellis, enzovoorts. Gobert kreeg het zelfs voor elkaar om zijn jeugdhelden van Sonic Youth de soundtrack te laten verzorgen.
De wringende gitaren van Sonic Youth zijn de perfecte begeleiding voor Goberts whodunit rondom een schoolklas aan het begin van de jaren negentig, toen mobiele telefoons en beveiligingscamera’s nog niet alomtegenwoordig waren. Dit versterkt alleen maar het mysterieuze karakter van het verhaal dat gedurende de film vier keer opnieuw verteld wordt, telkens vanuit een andere tiener. Elke scène voegt weer een puzzelstukje toe aan de oplossing.
Middelbare scholier Alice is op weg naar een huisfeestje van een klasgenoot, dat ruw verstoord wordt wanneer een groepje vrienden een lijk ontdekt in het nabijgelegen bos. Wanneer het perspectief verschuift naar haar bewonderaar Jérémie (Jules Pélissier) wordt duidelijk dat het slachtoffer de ex is van Alice. Stap voor stap wordt de kijker meegetrokken in de geheimen van de scholieren, die worstelen met hun angsten en driften en daardoor een verstoorde blik krijgen op hun eigen werkelijkheid.
Simon Werner a disparu… is prachtig vormgegeven en het verhaal is fraai gestructureerd. Dat is een opsteker voor Gobert, maar ook een nadeel van de film; de regisseur neemt iets te veel ruimte om zijn goede smaak te etaleren. Hij idealiseert de pubertijd, terwijl hij hot topics als seksisme, machismo en homoseksualiteit op een gemakkelijke, voor de hand liggende manier afwerkt. Wat begint als een spannend drama loopt daardoor uit op een anticlimax waar niemand wijzer van wordt, alle goede bedoelingen en acteerprestaties ten spijt.
Simon Werner a disparu... draait vanaf 10 maart in de bioscoop.
Hereafter
Leven met de dood
Clint Eastwood wordt 31 mei 81, niet zo gek dus dat de regisseur
zich afvraagt of er leven is na de dood. Toch geeft Hereafter geen
uitsluitsel over een hiernamaals, maar draait om de vraag hoe het leven van
de personages is veranderd nadat ze in aanraking zijn gekomen met de dood.
Hoe kun je leven met de dood?

Marie, een Franse journaliste, was technisch even dood nadat ze in de vloedgolf van een Tsunami terechtkwam. Haar bijna-doodervaring laat haar niet meer los. Ze wil onderzoeken of er leven is na de dood en raakt hierdoor vervreemd van haar collega's. De jonge Engelse Marcus verliest zijn tweelingbroer en heeft moeite met dit verlies om te gaan. George, een Amerikaanse arbeider, is een medium: hij heeft contact met overledenen. Niet dat dit zijn leven verbetert: zodra hij iemand aanraakt, begint de seance. Hij schuwt daarom contact met anderen en heeft zijn gaven de rug toegekeerd.
Eastwood vervlecht de levens van deze drie personages en laat ze aan het einde van de film samenkomen in Londen. Het is een wat ongeloofwaardige knoop die de regisseur daarmee legt om de ploteindjes te verbinden, maar dankzij het goede acteerwerk van Matt Damon en Cécile de France kunnen we hem dat vergeven. Al was het einde wat mij betreft te suikerzoet.
Met Damon als George maakte Eastwood een prima keuze: Damons aardse performance zet het medium met beide benen op de grond. In de film wordt er voldoende verwezen naar de oplichters in zijn vak. Marcus bezoekt een hele reeks Derek Ogilvies, maar prikt al snel door hun acts heen. Alleen George lijkt een echt medium te zijn. Al weet hij ook niet hoe een leven na de dood eruit ziet. Hereafter geeft daar ook geen uitsluitsel over: de zielenschimmen die Marie zag kunnen net zo goed bewijs zijn voor het leven na de dood als een hallucinatie.
Onsterfelijk
Middels Georges passie voor de geschriften van Charles Dickens wordt er terloops nog een concrete en aanwijsbare vorm van leven na de dood aangestipt. George kent de boeken en geschiedenis van Dickens van binnen en buiten en luistert graag naar luisterboeken. Hij bezoekt het huis van Dickens in Londen en woont een lezing bij van de acteur die de verhalen van Dickens voorleest. De acteur brengt de oude teksten tot leven en geeft schrijver over het graf een stem. Er is dus wel leven na de dood voor mensen die iets tastbaars achterlaten dat de moeite van het bewaren waard is. Clint Eastwood, die als acteur, regisseur en producent al een omvangrijk oeuvre heeft opgebouwd, is in dat opzicht dus wel verzekerd van een leven na de dood.
Hereafter draait vanaf 10 maart in de bios.

Marie, een Franse journaliste, was technisch even dood nadat ze in de vloedgolf van een Tsunami terechtkwam. Haar bijna-doodervaring laat haar niet meer los. Ze wil onderzoeken of er leven is na de dood en raakt hierdoor vervreemd van haar collega's. De jonge Engelse Marcus verliest zijn tweelingbroer en heeft moeite met dit verlies om te gaan. George, een Amerikaanse arbeider, is een medium: hij heeft contact met overledenen. Niet dat dit zijn leven verbetert: zodra hij iemand aanraakt, begint de seance. Hij schuwt daarom contact met anderen en heeft zijn gaven de rug toegekeerd.
Eastwood vervlecht de levens van deze drie personages en laat ze aan het einde van de film samenkomen in Londen. Het is een wat ongeloofwaardige knoop die de regisseur daarmee legt om de ploteindjes te verbinden, maar dankzij het goede acteerwerk van Matt Damon en Cécile de France kunnen we hem dat vergeven. Al was het einde wat mij betreft te suikerzoet.
Met Damon als George maakte Eastwood een prima keuze: Damons aardse performance zet het medium met beide benen op de grond. In de film wordt er voldoende verwezen naar de oplichters in zijn vak. Marcus bezoekt een hele reeks Derek Ogilvies, maar prikt al snel door hun acts heen. Alleen George lijkt een echt medium te zijn. Al weet hij ook niet hoe een leven na de dood eruit ziet. Hereafter geeft daar ook geen uitsluitsel over: de zielenschimmen die Marie zag kunnen net zo goed bewijs zijn voor het leven na de dood als een hallucinatie.
Onsterfelijk
Middels Georges passie voor de geschriften van Charles Dickens wordt er terloops nog een concrete en aanwijsbare vorm van leven na de dood aangestipt. George kent de boeken en geschiedenis van Dickens van binnen en buiten en luistert graag naar luisterboeken. Hij bezoekt het huis van Dickens in Londen en woont een lezing bij van de acteur die de verhalen van Dickens voorleest. De acteur brengt de oude teksten tot leven en geeft schrijver over het graf een stem. Er is dus wel leven na de dood voor mensen die iets tastbaars achterlaten dat de moeite van het bewaren waard is. Clint Eastwood, die als acteur, regisseur en producent al een omvangrijk oeuvre heeft opgebouwd, is in dat opzicht dus wel verzekerd van een leven na de dood.
Hereafter draait vanaf 10 maart in de bios.
Liefdevolle zoektocht naar verloren jeugd

Stripmaker Pascal Rabaté schreef en tekende een prachtig album, in het Nederlands vertaald als Een Tweede Jeugd, dat in 2009 terecht de Stripschappenning voor het beste buitenlandse boek kreeg. De strip leerde ons hoe de laatste levensfase, die van verval en dood, met gratie, humor en levenslust beleefd kan worden. Een Tweede Jeugd is nu door Rabaté zelf verfilmd. Hij treedt daarmee in de voetsporen van zijn landgenoten en collega’s Joann Sfar (Gainsbourg: Vie Heroïque) en Raid Sattouf (Les beaux gosses), die allebei ook in korte tijd de stap van de tekentafel naar de filmset hebben gezet. Tel daar Chico & Rita, de onlangs uitgekomen animatiefilm van de Spaanse striptekenaar Javier Mariscal bij op, en je kunt misschien voorzichtig spreken van een ontluikend cinematografisch genre: films door stripmakers.
Les Petits Ruisseaux - de distributeur laat de oorspronkelijke Franse titel intact - vertelt het verhaal van zestigplusser Emile, een rustige weduwnaar in de provincie, die bevriend is met zijn absolute tegenpool, de levenslustige Edmond. Als Edmond plotseling overlijdt, besluit Emile in zijn voetsporen te treden. Hij onderneemt een reis die hem niet alleen langs talloze kleurrijke personages voert, maar hem ook terugbrengt naar de liefde en zijn verloren jeugd.
De vraag was natuurlijk of Rabaté erin zou slagen om de subtiele, ontroerende lichtheid van zijn boek naar de film te vertalen, zonder dat lezers de film als dubbelop zouden ervaren. Dat antwoord luidt: ja, maar… Het resultaat is namelijk even speels als de strip, een warm menselijke en aangenaam voortkabbelende film, waarin Rabaté toont dat hij de mogelijkheden van het medium uitstekend kan benutten. De camerabewegingen bijvoorbeeld zijn langzaam en breed, en het plezier in dit medium spat er vanaf. Hij schetst zijn personages bovendien met dezelfde liefde als hun getekende tegenhangers. Wat de film echter ontbeert - maar dat is tevens het grote kenmerk van het medium - is directe toegang tot de gedachtewereld en het gevoelsleven van de hoofdpersoon, die de strip wél bood. Daarom waardeer ik het boek toch meer dan deze verder overigens warm aanbevolen film. Net als Rabatés poging om zijn verhaal naar een breder publiek te brengen, omdat deze geschiedenis van kleine, normale levens (die daardoor een groter en universeler verhaal vertelt) dat ook verdient. Alleen hoop ik dat de filmkijkers hierdoor ook het boek zullen lezen.
Les Petits Ruisseaux gaat vandaag in première. Kijk voor meer info hier.

De beste films, tv en games van 2010

Wat waren de beste vijf films/games/tv-programma's van 2010 volgens de redacteuren van Zone 5300?
Sandra de Haan:
1 - Winter’s Bone - Debra Granik
Rauwrealistisch familiedrama over het leven aan de zelfkant van het Amerikaanse platteland waar zelfredzaamheid absoluut onmisbaar is.
2 - Tamara Drewe - Stephen Frears
Britse komedie op topniveau, scherp, grappig, uptempo. Je komt gegarandeerd in een goed humeur weer naar buiten.
3 - Where The Wild Things Are - Spike Jonze
Betoverende verfilming van een van de fijnste kinderboeken die ik ken. Prachtige (niet-digitale) monsters met alle menselijke emoties denkbaar.
4 - Millennium Trilogy - Daniel Alfredson
Superspannende thriller met geloofwaardige karakters.
5 - Mother - Bong Joon Ho
Koreaanse moeder gaat tot het uiterste om haar van moord beschuldigde zwakzinnige zoon vrij te krijgen.
Natasja van Loon
Bioscoop & televisie, in willekeurige volgorde:
1 - Symbol
Absurde filosofische humor van de Japanse regisseur Matsumo, vol onverwachte surrealistische wendingen die aan het eind van de film verrassend veel diepgang hebben.
2 - The Big Bang Theory
Dé sitcom van de 21e eeuw over vier nerds en hun mooie buurmeisje, die de opkomst van nerdcultuur markeert en daarnaast vol zit met slimme popculturele verwijzingen. Met vijf personages van wie je gaat houden, en die een dagelijkse dosis lach verzorgen.
3 - Doctor Who
Verhaallijnen die al ettelijke decennia van ongekend hoog niveau zijn en maximaal effect met minimale middelen opwekken. Dit jaar werd Doctor nummer 10 opgevolgd door nummer 11 - en net op tijd omdat de sexy en charismatische David Tennant op het laatst een wel erg eenzame Doctor werd; de nieuwe hoefde maar ‘I am the Doctor’ te zeggen of hij was de laatste timelord.
4 - Chico y Rita
Sfeervol en ietwat conventioneel, maar toch ontroerend liefdesverhaal over twee geliefden die pas aan het eind van hun leven geluk samen vinden, dat zich onderscheidt door de warmte, de muziek en de prachtige animaties. Van de Spaanse stripmaker Javier Mariscal.
5 - Gainsbourg: Vie Heroïque
Fantasierijke biopic van de Franse troubadour-provocateur Serge Gainsbourg, met fantastisch acteerwerk en tal van sprankelende vondsten die door stripmaker en regisseur Joann Sfar in een volstrekt originele beeldentaal zijn uitgewerkt.
Paul Hulsebosch
Games, in willekeurige volgorde:
1. Heavy Rain Uitstekende detective voor de PlayStation 3. Indrukwekkend verhaal waarin de speler op zoek gaat naar de mysterieuze Origami Killer. Duister, dat wel, en soms ook wat traag, maar met een verrassende en vernieuwende manier om de hoofdpersoon te besturen. De diverse personages hebben goeie koppen. Meeslepend!
2. Darksiders
Niet zozeer de beste game van 2010, maar wel de leukste. Heerlijk ongegeneerd inhakken op de Forces of Evil. Goede humor en oneliners, en vooral goede stemmen. Voor de stijl is striptekenaar Joe ‘Mad’ Madureira verantwoordelijk en die mag blijven.
3. Red Dead Redemption
Eindelijk een goede game over cowboys in het Wilde Westen. Hoofdpersoon John Marston trekt te paard door het westen van de VS, en het is knap hoeveel spel de makers uit zo’n lege woestijn weten te toveren. Uiteraard met de nodige spannende shoot-outs die te voet en te paard uitgevochten kunnen worden. Uitbreiding Undead Nightmare voegt zombies toe. Bizar, maar het werkt nog ook.
4. Sid Meier's Civilization V
Oud, wat nou oud? Ja, het eerste deel verscheen al in 1991, maar met deze vijfde editie bewijst Sid Meier dat hij ook in 2010 nog hippe games kan maken. De filosofie is iets aangepast. De tegels van het speelveld zijn nu zeshoekig in plaats van vierkant en dat heeft vergaande, maar verrassend positieve gevolgen. Het spel wordt er strategisch veel interessanter door.
5. Infinity Blade
Bewijst dat games op de iPhone er net zo mooi uitkunnen zien als op een Xbox 360. Net uit, dus nog niet zo populair als Angry Birds maar vele malen indrukwekkender. Voor als je écht met je iPhone wilt pronken. Ook hier is het hakken, dit keer met je Oneindige Zwaard.
The Doors: When you're strange

Die schaduwkant noemde Morrison Jimbo. Mijns inziens is het vooral die laatste versie van Morrison die de meeste aandacht krijgt in de documentaire. Al zal dat niet Tom DiCillo's intentie zijn geweest, want hij benadert Morrison toch vooral als een fan en houdt de mythe van de op 27-jarige leeftijd overleden zanger in stand.
'De meeste aandacht gaat naar Jim. Als dat Robby (Krieger), Ray (Manzarak) of John (Densmore) al stoort, laten ze het niet merken. Jim wentelt zich in alle aandacht. Hij lijkt voor de roem te zijn geboren. Alles wat hij doet lijkt briljant of briljant berekenend te zijn,' vertelt acteur Johnny Depp die de voice-overtekst insprak. We zien Jim te midden van zijn fans, vlak voor een concert. Hij bladert door een boek over The Who die in het voorprogramma staan. Depp vervolgt: 'Het is moeilijk te zeggen of hij gewoon zijn fans ontmoet of dat hij iets cruciaals aan hen onttrekt. Alsof hij slechts kan bestaan door hun aandacht.' Dat was bij de eerste publieke optredens wel anders: de onzekere Morrison stond met zijn rug naar het publiek toe, net als bij de repetities.
DiCillo behandelt de carrière van The Doors in chronologische volgorde van de begindagen in 1965 tot en met de dood van Jim in 1971. Het verhaal blijft aan de oppervlakte en zal de echte fans weinig nieuws brengen. Toch is de film bijzonder, want DiCillo vertelt het verhaal door op een intelligente manier archiefmateriaal over The Doors en hun tijd aan elkaar te monteren. Daarmee duidt hij de tijdsgeest en de rol die The Doors in de tegencultuur speelden. Ook gebruikte hij fragmenten uit de film HWY: An American Pastoral, een zelden te vinden independent film uit 1969 van Morrison en Paul Ferrara (de laatste krijgt de regiecredit op IMDB) waarin Morrison een lifter speelt. We zien Morrison onder meer achter het stuur van een Mustang terwijl op de radio een nieuwsbericht over zijn mysterieuze dood in Parijs te horen is. De stukjes van HWY fungeren als een rode draad in de film, net als de geest van Jim door When you're strange waart.
Oorspronkelijk had de regisseur zelf de voice-over gedaan, en zo werd de film ook voor het eerst vertoond tijdens het Sundance Film Festival, maar zijn monotone manier van spreken werd niet door recensenten gewaardeerd, al werd de film over het algemeen goed ontvangen.
Zelf vond ik de opnames ten tijde van de plaat The Soft Parade het interessantst, maar ik hou dan ook erg van kijkjes in het maakproces van albums. We zien The Doors in de studio, waar ze maar liefst 11 maanden lang aan het album werken. Een duidelijk contrast met een paar jaar eerder: het eerste album namen ze op in vijf dagen. Tijdens The Soft Parade periode zit Morrison duidelijk diep in de fles met zijn hoofd, de sfeer in de band is niet best en op creatief vlak valt er daardoor nog veel te wensen.
Geen idee of er meer filmmateriaal van studio-opnames te vinden is, maar mijn honger is door When you're strange alleen maar groter geworden.
When you're strange, USA
Regie: Tom DiCillo
Met: The Doors, Johnny Depp
DVD: E1 Entertainment
The Losers
The Losers is een actiefilm over de leden van
een speciale commando-eenheid die tijdens een missie verraden worden door
Max, hun opdrachtgever bij de CIA. Clay (Jeffrey Dean Morgan), Jensen,
Rogue, Pooch en Cougar doen alsof ze zijn omgekomen en nemen zich voor
wraak te nemen op Max. Tegelijkertijd hopen ze hun naam te kunnen zuiveren.
Ze worden daarin bijgestaan door Aisha (Zoe Saldana), een aantrekkelijke
detective die zo haar eigen motieven heeft om de mannen te helpen.
Uiteraard heeft Max (Jason Patric) snode plannen met de wereld, van het megalomane soort dat we al te vaak hebben gezien in dit genre. Sterker nog: deze eendimensionale schurk is duidelijk de zwakke schakel in het verhaal. Daarbij wordt hij zo overdreven flauw neergezet door Patric dat er geen enkele dreiging van hem uit gaat. Max zou niet eens door de ballotage komen van de Bond-film producenten, die er op schurkenvlak de laatste film ook flink naast zitten.
Dit genre gaat natuurlijk ook niet om emotionele diepgang. Wel om actie en snedige oneliners en een niet al te serieuze benadering. Daar zit The Losers vol mee, en dat levert een onderhoudende film op.
Stripverfilming
The Losers is een adaptatie van de gelijknamige comicserie die onder het label van Vertigo werd uitgegeven door DC Comics. De serie liep 32 nummers lang, werd geschreven door Andy Diggle en voor het grootste deel getekend door Jock. Het uitgangspunt van de serie is losjes gebaseerd op de originele reeks met dezelfde titel, over een groep Tweede Wereldoorlog soldaten. In wezen is de film dus een adaptatie van een losse adaptatie, maar daar merk je weinig van. De filmmakers waren slim genoeg om de krenten uit de strip te halen en verder er een eigen ding van te maken.
Gelukkig zit een van de leukste scènes uit de strip, het stermoment van Jensen (Chris Evans), de hacker van de groep, ook in de film. Wanneer hij zich omsingeld vindt door een stel bewakers doet Jensen alsof hij telekinetische krachten heeft. Iedere keer als hij met zijn hand een schietgebaar maakt, valt er een bewaker dood neer. Dit tot verbazing van de laatste beveiliger die angstig de benen neemt. In het gebouw aan de overkant is het scherpschutter Cougar (Óscar Jaenada) die zijn collega middels zijn geweer van munitie voorziet. Dit wordt zichtbaar gemaakt door een extreme zoom naar het gebouw aan de overkant waar de sluipschutter zit opgesteld. De camerabeweging is letterlijk uit de strip overgenomen.
Knipoogjes
Verder bevat de film aardige knipoogjes naar de bron: neervallende schurken blijven soms in een freeze frame hangen, alsof ze even in een stripplaatje vereeuwigd worden. Ook de titelsequentie is niet gespeend van stripkaders. Dat is weliswaar een cliché bij hedendaagse stripverfilmingen, maar past prima bij de over de top stijl van de film. Zelfs van de obligate seksscène tussen Aisha en Clay, de baas van de groep, weten de filmmakers nog wat te maken. Deze is opgenomen alsof het een slechte gangsta rap video betreft waarin vertraging van het beeld tot een maximum wordt uitgebuit: het lange haar van Aisha dat sensueel door de lucht zweeft, heupbewegingen die nog eens extra benadrukt worden. Allemaal trucjes die niet bijster origineel zijn, maar het werk wel.
In feite is de film leuker en luchtiger dan de comic. Er zit meer humor in de rolprent en de personages zijn over het algemeen sympathieker. Heldin Aisha is het beste voorbeeld van de transformatie die de strippersonages hebben ondergaan. In beide versies weet ze prima haar - sorry dames - mannetje te staan. Ze is een vechtmachine. Maar wanneer ze in de strip de avances van Jensen een halt toeroept door te vertellen dat ze als kind oren verzamelde, weet je dat ze dit dodelijk ernstig bedoeld. In de film maakt ze duidelijk een grap als ze dit zegt.
Wat de strip vooral overeind houdt is de strakke tekenstijl van Jock: hij tekent de grimmige, vaak in schaduwgehulde koppen in een trefzekere stijl. Het geweld wordt op grove wijze geserveerd: wanneer personages door hun hoofd worden geschoten, vliegen de stukjes brein van de pagina af.
Van The Losers is het eerste deel bij de Vliegende Hollander in Nederlandse vertaling verschenen. De film is uit op dvd bij Warner Home Video.
The Losers, USA
Regie: Sylvain White
Met: Jeffrey Dean Morgan, Zoe Saldana, Chris Evans en Jason Patrick
DVD: Warner Home Video
Uiteraard heeft Max (Jason Patric) snode plannen met de wereld, van het megalomane soort dat we al te vaak hebben gezien in dit genre. Sterker nog: deze eendimensionale schurk is duidelijk de zwakke schakel in het verhaal. Daarbij wordt hij zo overdreven flauw neergezet door Patric dat er geen enkele dreiging van hem uit gaat. Max zou niet eens door de ballotage komen van de Bond-film producenten, die er op schurkenvlak de laatste film ook flink naast zitten.
Dit genre gaat natuurlijk ook niet om emotionele diepgang. Wel om actie en snedige oneliners en een niet al te serieuze benadering. Daar zit The Losers vol mee, en dat levert een onderhoudende film op.
Stripverfilming
The Losers is een adaptatie van de gelijknamige comicserie die onder het label van Vertigo werd uitgegeven door DC Comics. De serie liep 32 nummers lang, werd geschreven door Andy Diggle en voor het grootste deel getekend door Jock. Het uitgangspunt van de serie is losjes gebaseerd op de originele reeks met dezelfde titel, over een groep Tweede Wereldoorlog soldaten. In wezen is de film dus een adaptatie van een losse adaptatie, maar daar merk je weinig van. De filmmakers waren slim genoeg om de krenten uit de strip te halen en verder er een eigen ding van te maken.
Gelukkig zit een van de leukste scènes uit de strip, het stermoment van Jensen (Chris Evans), de hacker van de groep, ook in de film. Wanneer hij zich omsingeld vindt door een stel bewakers doet Jensen alsof hij telekinetische krachten heeft. Iedere keer als hij met zijn hand een schietgebaar maakt, valt er een bewaker dood neer. Dit tot verbazing van de laatste beveiliger die angstig de benen neemt. In het gebouw aan de overkant is het scherpschutter Cougar (Óscar Jaenada) die zijn collega middels zijn geweer van munitie voorziet. Dit wordt zichtbaar gemaakt door een extreme zoom naar het gebouw aan de overkant waar de sluipschutter zit opgesteld. De camerabeweging is letterlijk uit de strip overgenomen.
Knipoogjes
Verder bevat de film aardige knipoogjes naar de bron: neervallende schurken blijven soms in een freeze frame hangen, alsof ze even in een stripplaatje vereeuwigd worden. Ook de titelsequentie is niet gespeend van stripkaders. Dat is weliswaar een cliché bij hedendaagse stripverfilmingen, maar past prima bij de over de top stijl van de film. Zelfs van de obligate seksscène tussen Aisha en Clay, de baas van de groep, weten de filmmakers nog wat te maken. Deze is opgenomen alsof het een slechte gangsta rap video betreft waarin vertraging van het beeld tot een maximum wordt uitgebuit: het lange haar van Aisha dat sensueel door de lucht zweeft, heupbewegingen die nog eens extra benadrukt worden. Allemaal trucjes die niet bijster origineel zijn, maar het werk wel.
In feite is de film leuker en luchtiger dan de comic. Er zit meer humor in de rolprent en de personages zijn over het algemeen sympathieker. Heldin Aisha is het beste voorbeeld van de transformatie die de strippersonages hebben ondergaan. In beide versies weet ze prima haar - sorry dames - mannetje te staan. Ze is een vechtmachine. Maar wanneer ze in de strip de avances van Jensen een halt toeroept door te vertellen dat ze als kind oren verzamelde, weet je dat ze dit dodelijk ernstig bedoeld. In de film maakt ze duidelijk een grap als ze dit zegt.
Wat de strip vooral overeind houdt is de strakke tekenstijl van Jock: hij tekent de grimmige, vaak in schaduwgehulde koppen in een trefzekere stijl. Het geweld wordt op grove wijze geserveerd: wanneer personages door hun hoofd worden geschoten, vliegen de stukjes brein van de pagina af.
Van The Losers is het eerste deel bij de Vliegende Hollander in Nederlandse vertaling verschenen. De film is uit op dvd bij Warner Home Video.
The Losers, USA
Regie: Sylvain White
Met: Jeffrey Dean Morgan, Zoe Saldana, Chris Evans en Jason Patrick
DVD: Warner Home Video
The Ghost Writer

Een ghostwriter (Ewan McGregor) krijgt de opdracht om het manuscript van voormalig premier Lang (Pierce Brosnan) te herschrijven tot een leesbaar boek. Zoals hij zelf bijdehand opmerkt nadat hij het dikke manuscript, dat overigens streng bewaakt wordt, voor het eerste heeft gelezen: 'All the words are there, they are just in the wrong order.' In dat opzicht is het boek exemplarisch voor het leven van Lang dat ook behoorlijk overhoop ligt. Lang wordt ervan beschuldigd terreurverdachten illegaal te hebben uitgeleverd aan de CIA. Er dreigt een rechtzaak voor deze oorlogsmisdaad. Daarnaast is de eerste Ghostwriter die aan het project verbonden was, op mysterieuze wijze om het leven gekomen. Genoeg reden dus voor de nieuwe ghostwriter om aan de woorden van Lang te twijfelen en op onderzoek te gaan.
Blair & co.
Het script van The Ghost Writer werd gepend door Robert Harris en Roman Polanski. Ze baseerden zich op het boek The Ghost van Harris, de schrijver en journalist die zich liet inspireren door Tony Blair en zijn bondgenootschap met Bush Jr. Al zal de grote onthulling in het boek, niet iedereen als logisch of waarheidsgetrouw overkomen.
Regisseur Polanski houdt de spanning goed vast in deze vrijwel geweldloze thriller. De locatie aan de kust, het duinlandschap en de woest kolkende zee, en het prachtige moderne huis waarin Lang en zijn staf verblijven, verhogen de claustrofobische sfeer en onderstrepen de geïsoleerde positie van de oud-premier. Enkele goed getimede sarcastische oneliners bieden lucht in de adembenemende zoektocht naar de waarheid. Een van de vorige schrijfklussen van de ghostwriter was de autobiografie van een goochelaar getiteld: I came, I sawed and conquered. Van dat niveau dus. Niet alleen the Ghost maakt bijdehante opmerkingen, eigenlijk weet ieder personage zijn mondje goed te roeren.
De photoshopper in het art department verdient wel een tik op de vingers: de foto's waarin personages bij elkaar geplakt zijn om een gezamenlijk verleden te suggereren zien er erg nep uit. Saillant detail: we horen nooit wat de echte naam van The Ghost is. De schrijver blijft in dat opzicht anoniem, zoals het hoort bij ghostwriters.
The Ghost Writer, Frankrijk, Duitsland, UK
Regie: Roman Polanski
Met: Ewan McGregor, Pierce Brosnan, Olivia Williams, Kim Cattrall, James Belushi, Timothy Hutton
Nu op DVD: DFW.
