Peter Moerenhout
Ayako #2, Een familie om van te houden - Osamu Tezuka
*****
(Uitgeverij L)
Osamu Tezuka is een meester. De man is de geestelijke vader van Astroboy en maakte een strip over het leven van de Boeddha waarvan ik dacht dat hij ontiegelijk saai zou zijn, maar waarvan ik de acht (acht!) dikke delen verslonden heb. Met M/W en Ode aan Kirihito bracht hij ook nog twee entertainende verhalen uit vol sociale kritiek op de Japanse maatschappij. Nu schenkt uitgeverij L ons Ayako, een verhaal in 3 delen. Ik wilde aanvankelijk wachten tot het derde deel uit zou zijn om iets te schrijven, maar de eerste twee delen waren zo meeslepend dat ik er niet aan twijfel dat het slotstuk even goed, zo niet beter, zal zijn.

Ayako is een familiekroniek over de familie Tenge. Die familie was voor WOII één van de rijkste families van Japan en bezat gigantische hoeveelheden grond. Na de oorlog werd alles echter anders en werden zij gedwongen om die grond te herverdelen. De Amerikanen, die daar tot 1952 bleven hangen, hadden daar halvelings de hand in en werden daarom door de rijken veracht. Het verhaal begint met de thuiskomst van Jingo Tenge, de middelste zoon van het gezin. Hij keert terug van het slagveld en het zit er al meteen bovenarms op. Vader schaamt zich dat zijn zoon “niet gestorven is voor de eer van de Keizer”. Jingo ontdekt beetje bij beetje, wat er zich allemaal afgespeeld heeft tijdens zijn afwezigheid. En dat blijkt niet niks te zijn; elk gezinslid heeft wel hier of daar een duister geheim. Jiro is aanvankelijk verontwaardigd maar zinkt stilletjesaan toch steeds dieper en dieper weg in het morele moeras dat zijn familie is.

Tezuka verweeft het verhaal lichtjes met de Japanse geschiedenis, La meglio gioventù nog aan toe, en maakt zijn kroniek zo, naast zeer spannend, ook nog op historisch vlak lezenswaardig. De strapatsen van de familie zelf komen soms aardig in de buurt van een soap, maar Tezuka weet zijn personages genoeg diepgang te geven om die valkuil te ontwijken. Het enige wat hij overhoudt van de soap is het enige wat er doorgaans goed aan is: de suspense. Wanneer het verhaal in het tweede deel wat begint uit te doven speelt Tezuka een meesterzet uit: hij begint, op vrij onregelmatige wijze, stappen vooruit te zetten in de tijd: dan eens één jaar, dan weer zes jaar. Tegen dat je als lezer doorhebt hoe de vork in de steel zit, mag je weer van nul beginnen. De vaart die Tezuka daarmee in het boek steekt is ongekend, zeker voor een klopper van 264 pagina’s.

De personages van Tezuka doen zeer tekenfilmachtig aan. Als mensen roepen wordt hun mond groter dan hun hoofd. Tezuka raast hier vervaarlijk dicht tegen de afgrond van de overdrijving aan maar hij weet zijn bolide, dankzij tal van tragische gebeurtenissen, nog net op de baan te houden. Af en toe bouwt de man een rustpunt in in het verhaal waarvoor hij tekeningen gebruikt van de natuur, de huizen van de hoofdrolspelers of details uit het interieur, meestal aan de inleiding of het einde van een hoofdstuk. Deze tekeningen zijn dan weer zeer realistisch en gedetailleerd. Op sommige momenten wisselt hij zelfs enkele keren per bladzijde van stijl. Je zou denken dat dat het verhaal breekt, maar Tezuka weet wat hij doet. Die wisselende tekenstijlen gooien de lezer immers niet uit het verhaal maar maken het, op bepaalde momenten, zelfs zo realistisch dat je er dieper in meegesleurd wordt. Beter dan dat kan ik het niet uitleggen. Uitgeverij L publiceert de drie delen in hoog tempo. Deel 1 en 2 zijn nog maar pas uit en deel 3 verschijnt in juni. Het is de eerste keer in lange tijd dat ik nog eens uitgekeken heb naar een volgend deel van een stripreeks dus ik kan daar alleen maar blij om zijn.

Meer recensies van Peter kunt u lezen op zijn blog.

Michael Minneboo
Video: Hallie Lama houdt 't kort
Binnenkort (zo rond de Stripdagen Haarlem) verschijnt er een nieuwe bundel van cartoonist Hallie Lama. Hallie Lama houdt 't kort wordt alweer zijn vierde publicatie bij uitgeverij Xtra. Nieuwsgierig toog ik naar Hilversum waar ik Hallie er uitvoerig over sprak. Wat mogen we van het werkje verwachten en waar verwijst de titel naar? Bekijk het video-interview.

Peter Moerenhout
De wandelende man - Jirô Taniguchi
*****
(Casterman)
Jirô Taniguchi is een Japanse grootmeester. Ondanks het feit dat strips daar “manga” heten leunt zijn werk zeer dicht aan bij de Europese traditie. Casterman brengt al een tijdje de ene vertaling na de andere van Taniguchi uit. De wandelende man, de recentste die zij uitgaven, is het boek waarmee hij doorbrak in Europa. In België of Nederland zal dat niet geweest zijn. Dit is de eerste Nederlandstalige uitgave sinds dit boek zo’n twintig jaar geleden debuteerde.

De opzet van het boek is zeer simpel. Het bestaat uit een reeks kortverhaaltjes over de wandelingen die een man maakt. Soms heeft hij een aanleiding, zoals het huren van een videoband (voor de jongeren: dat is een voorloper van de blu-ray) of het kopen van rieten zonneblinden. Evengoed is er geen beweegreden te bekennen. Soms zien we hem thuis vertrekken, soms niet, soms zien we hem thuis aankomen en soms (u raadt het al) niet. Zijn thuis is belangrijk omdat zich daar zijn eega en hond bevinden. Zij vormen zijn klankbord en uitvalsbasis. Zij horen de avonturen die de man meemaakte op zijn tochtjes aan en fungeren zo een beetje als anker met de lezer. Zij zijn ook praktisch de enigen tegen wie de wandelaar in dit boek spreekt.

De wandelingen spelen zich dus veelal in stilte af. Taniguchi geeft in een zeer traag ritme en met prachtige grote platen, het leven in Japan weer. Pure poëzie. U bent gewaarschuwd. De man lijkt zijn wandelingen aan te grijpen om het kind in zich de vrije loop te laten: hij gaat naakt zwemmen in een gesloten zwembad, ziet de zon opkomen van op het dak van een onbekend gebouw en verkent steegjes die zo smal zijn dat hij zich zijwaarts moet bewegen. Soms durft Taniguchi iets te ver gaan en verworden de verhalen tot anekdotes die wel heel dicht bij meligheid aanleunen.

Waarom dan toch dit boek bespreken? Om te beginnen is het tekenwerk van een ontstellend hoog niveau. Taniguchi hanteert een soort klare lijn met heel fijne lijntjes en verwerkt gigantisch veel detail in de pagina’s. Wanneer hij een boom tekent kun je de blaadjes ervan tellen. Ook zijn paginaopbouw, kadrering en perspectieven zijn van een oerdegelijke kwaliteit. De flow die de man bereikt is fantastisch. Dit boek is een schat aan informatie voor mensen die het opbouwen van een strippagina en strips maken in het algemeen onder de knie willen krijgen.

De tweede reden is simpel: ik vind Japan een boeiend land. Zonder veel uitleg krijg je in dit boek een hele hoop simpele details uit het Japanse leven van alledag voorgeschoteld. En dan eens niet Tokio maar een rurale voorstad. Dat maakt dit boek ook ongewild exotisch. Eén minpunt, maar dan wel een gigantisch, zijn de dialogen. Taniguchi wilde die, synchroon met de rest van het boek, waarschijnlijk eenvoudig houden, maar de slinger slaat teveel door naar de verkeerde kant. Ik vermoed dat er zeer veel verloren gegaan is in de vertaling. Mijn tenen krulden bij het lezen van sommige tekstballons. Gelukkig is dit een kijkboek. Ik zal het nooit meer lezen maar vermoed dat ik het wel nog veel zal openslaan.
Michael Minneboo
Free Comic Book Day nu ook in Nederland
Free comic book day
In de Verenigde Staten en Canada bestaat er sinds tien jaar een mooie traditie: Free Comic Book Day. In het eerste weekeinde van mei krijgt iedereen die de stripwinkel binnenkomt een gratis stripboek. Die traditie wordt nu, eindelijk, ook in Nederland overgenomen. Een paar winkels zetten de trend; volgend jaar doen naar verwachting meer winkels mee.

De deelnemende uitgevers Silvester, Oogachtend, Daedalus en Don Lawrence Collection hebben een aantal titels geselecteerd die zij op de Free Comic Book Day onder de aandacht brengen. In Nederland en België is er bijvoorbeeld keuze uit een deel Storm, De zeven van Aromater, of een deel van de serie The Walking Dead. Klanten hoeven niet eerst geld uit te geven in een winkel. Maar de aanbieding geldt wel zolang de voorraad strekt.

Bekijk hier welke strips er gratis worden aangeboden.

Free Comic Book Day is een traditie die in de Verenigde Staten tien jaar geleden is ingezet. Het is geen actie die per se door grote winkels wordt gedragen, maar juist de kleine gespecialseerde stripzaken. Op de gratisstripboekendag organiseren winkels signeersessies en presentaties met tekenaars.

De volgende stripspeciaalzaken in Vlaanderen en Nederland doen dit jaar mee met Free Comic Book Day:

Het beeldverhaal, Go-Joker, Lambiek in Amsterdam
Silvester in Den Bosch, Haarlem en Tilburg
Het gele teken, Hoorn
Het beeldverhaal Almere
Blunder, Utrecht
Dumpie en Mevrouw Kern, Leiden
Eppo, Eindhoven
Akim, Groningen
Yendor, Rotterdam
Sjors, Dordrecht
Fantast, Kampen
Atomik, Sittard
De Stripspecialist, Breda
Barabas, 's-Gravesande
Senor Hernandez, Nijmegen
24 mei: avondprogramma rondom striptekenaar en illustrator Erik Kriek
Het Haagse literaire podium BorderKitchen presenteert op donderdag 24 mei een speciaal avondprogramma rondom striptekenaar en illustrator Erik Kriek, naar aanleiding van zijn zojuist verschenen boek Het onzienbare, en andere verhalen van H.P. Lovecraft. M.m.v. Wim Brands, Joris Lehr en The Mechanical Musical Marvels.
Reserveer ovv. Zone 5300 en uw kaartje kost geen €5,- maar slechts €3,50.

Al sinds zijn tienerjaren is Kriek gefascineerd door de verhalen van de Amerikaanse auteur Howard Philips Lovecraft (1890-1937). Lovecraft geldt als een sleutelfiguur in de ontwikkeling van horror en sciencefiction; zijn groteske verhalen drijven op de angst van de mens voor onbekende krachten en wezens. Met Het onzienbare en andere verhalen gaat voor Kriek een grote wens in vervulling: in deze bundel brengt hij de fascinerende wereld van Lovecraft en zijn eigen uitmuntende tekenwerk op unieke wijze samen.

Aan de hand van projecties van zijn werk wordt Kriek tijdens BorderKitchen geïnterviewd door Wim Brands (VPRO); acteur Joris Lehr (TG Dolle Maandag) speelt een fragment uit zijn Lovecraft-monoloog 'Schaduwen over Innsmouth' en The Mechanical Musical Marvels laten vroegtwintigste-eeuwse sferen herleven aan de hand van originele 78-toerenplaten.

Locatie: Weimarstraat 36, Den Haag. Aanvang: 20.00 uur. Reserveren via: 070-3462355 (ma-vrij) of info@borderkitchen.nl. Ga voor uitgebreide informatie naar www.borderkitchen.nl
Peter Moerenhout
Parker Nr. 2, De organisatie - Darwyn Cooke
*****
(Blloan)
In 1962 kwam het eerste Parkerboek van Richard Stark uit. Het was het begin van een omwenteling in het misdaadgenre. Al gauw werd het de norm voor misdaadfictie dat ze rauw geserveerd moest worden, realistisch en onderbouwd. Van de boeken van Stark, die eigenlijk Donald Westlake heette, werden er enkele verfilmd maar op een stripadaptatie moesten we wachten tot 2009.

Darwyn Cooke is geen groentje op het vlak van misdaadstrips en hoewel hij in verschillende toonaarden schrijft, lijkt het laagste en rauwste register zijn voorkeur te genieten. Met De jager leverde hij een zeer goede eerste adaptatie van een Parkerboek af en nu volgt hij die op met De organisatie. Parker (Het hoofdpersonage, duh!) wordt opgejaagd door mannetjes van een gigantisch misdaadsyndicaat. Dat syndicaat heet “De organisatie”. Parker vindt het niet echt aangenaam om doelwit te zijn, hij is meer jager dan prooi, en zet een plan op poten om de organisatie een hak te zetten. Om zichzelf te beschermen en de organisatie af te leiden beslist hij in navolging van Julius Caesar de verdeel en heers-tactiek toe te passen. Hij schrijft brieven, we zijn 1963 dus e-mailen gaat niet, naar een hele rij schimmige vrienden en kennissen en vraagt hen om, allemaal samen, over het gehele land, overvallen op de organisatie plannen. Op die manier moet de organisatie teveel manschappen spreiden en dekken de overvallers elkaar in. Intussen werkt Parker zelf aan een plan om zijn zaakjes met het misdaadsyndicaat op te lossen.

Cooke sloeg in de eerste aflevering al de juiste noten aan en gaat gezwind op hetzelfde elan verder. Deze strip is nogal tekstzwaar omdat er vrij veel monoloog in de mond van een verteller gelegd wordt, maar die is zo spannend en goed geschreven dat dat nooit stoort of de vaart uit de strip haalt. Vermoedelijk zijn veel van de dialogen en teksten rechtstreekse overnames uit de roman waar deze strip op gebaseerd is en is dat de verdienste van Stark zelve. Cooke weet echter duidelijk wat hij juist moet overnemen en wat hij enkel moet verbeelden in de tekeningen. De manier waarop Cooke één en ander in beeld brengt is op zijn minst inventief te noemen. We hebben hier te maken met iemand die het medium van binnen en van buiten kent. Dit boek is een schoolvoorbeeld van technieken die enkel en alleen in strips mogelijk zijn. Vergeet dus maar die boutade dat de strip het kleine broertje van het filmmedium is.

Cooke gebruikt polshorloges om de datum aan te duiden, duidt één en ander qua karakter en voorgeschiedenis van een personage aan de hand van een spelletje monopoly en weet met één enkele spread van een rijdende wagen de gebeurtenissen van 24 uur samen te vatten. Het toppunt zijn echter de vier tussenstukjes middenin deze strip. Cooke beschrijft vier verschillende overvallen die de schavuiten uit Parkers kennissenkring bekokstoven en doet dat telkens op een andere manier en in een andere tekenstijl. Van geïllustreerd proza naar een soort krantenstrip in een stijl die wat weg heeft van The Jetsons tot een met grafieken gelardeerde exposé over hoe een soort illegale lotto georganiseerd wordt. Om duimen en vingers bij af te likken.

Hoewel Cooke in deze interludes van zijn normale stijl afwijkt is zijn hand nog duidelijk herkenbaar. Die gebruikelijke stijl is een evenknie van Starks schrijfstijl: helder en doeltreffend. Cooke weet niet enkel met de gebruikelijke attributen als decor en kledij de sfeer van de jaren zestig op te roepen, ook zijn stijl verwijst ernaar. Denk pin-ups, denk cartooneske personages, denk Mad Men.

Cooke mengt dunne, strakke lijnen op de voorgrond met dikke, grove penseelstreken op de achtergrond en creëert zo een zekere diepte in zijn tekeningen. De grovere decors zorgen voor een perfect tegengewicht voor zijn iets tekenfilmmachtigere figuren. Een meesterzet ook om voor een monochrome blauwe inkleuring te kiezen. Ook de regie van Cooke steekt boven die van vele van zijn vakgenoten uit. Duizelingwekkend rare perspectieven en vreemde shots dragen evenveel bij aan het verhaal en de sfeer als de plot zelf. We zouden bijna gewag kunnen maken van een adaptatie die effectief iets toevoegt aan het geheel, ware het niet dat we daarmee andere, mindere adaptaties in een kwaad daglicht stellen en ik heb geen zin in ruzie met Potter- en/of Twilightfans.

Ook de vertaler krijgt een dikke pluim. Deze strips werden oorspronkelijk in het Engels uitgebracht, de taal bij uitstek voor misdaadromans. Meestal merkt de doorsnee lezer het niet omdat ze enkel Nederlandstalige versies lezen maar heel veel strips worden verpest door een slechte vertaling, (om nog maar te zwijgen van ondertitels bij televisionele recreatie). Hier echter geen slecht gekozen woorden of rare zinsconstructies maar een geloofwaardige flow die je niet uit het verhaal haalt. In het Engels is het derde boek rond Parker al uit en staat het vierde op stapel. Laten wij allemaal bidden tot Blloan dat zij ook deze delen zullen uitbrengen.

Meer recensies van Peter kunt u lezen op zijn blog.

Peter Moerenhout
De foto & de mandarijn - Mark Retera
*****
(Oog & Blik / De Bezige bij)
In de jaren negentig werkte mijn tante voor Sanoma. Af en toe kwam er een doos gratis spullen waar haar gezin zelf geen weg mee wist onze kant uit. Vreemd genoeg zat daar ook het stripblad SjoSji bij. Ik zeg “vreemd” want dit blad stond vol met superstrips en zou mijn eerste kennismaking met Nederlandse strips zijn. Eén van de strips die het meeste is blijven hangen is DirkJan van Mark Retera. Ik moet waarschijnlijk niet meer uitleggen wie of wat DirkJan is want tegenwoordig maakt hij zelfs mooie sier in Humo. In mijn tienerjaren was ik echter de enige op de speelplaats die met de avonturen van DirkJan in de rondte leurde en goeddunken oogstte. Het was, vermoed ik, vooral de onweerstaanbaar droge humor die het hem deed. Eigenlijk was die totaal niet Hollands, maar neigde die eerder naar de Britse variant. Dat DirkJan een sukkel is, net als wijzelf, deed er waarschijnlijk ook wel geen slecht aan.

Retera heeft intussen een twintigtal albums bij elkaar getekend met zijn sullige held in de hoofdrol. En nu is daar De foto & de mandarijn, dat door de uitgeverij als graphic novel gepromoot wordt. Een poging tot serieuzer werk vermoedt men dan. Ik ga er hier niet aan beginnen, de litanie waarin ik roep en keel dat de term graphic novel nergens op slaat, dat wat mij betreft de gewone strookjes van DirkJan ook literatuur zijn, want die zijn te vergelijken met cursiefjes en dat is toch ook een literaire vorm? En dan nog het volgende: 104 pagina’s in stripvorm op pocketformaat is toch eigenlijk geen novel maar eerder een novelle? Enzovoort. En zo verder.

Gra ·phic no ·vel: de m -s: nietszeggende term die vooral gebruikt wordt om oogkleppers die anders geen strip zouden aanraken te verleiden tot het laten vallen van vermelde oogkleppen en die door uitgeverijen op gelijk welke strip geplakt wordt om hogere verkoopscijfers te halen. Nu ja, zolang de stripmaker er beter van wordt mogen ze van mij alles als graphic novel aanbieden. Maar we wijken af. Waarom krijgt deze strip die vlag? En dekt die de lading? Hoewel ook in dit boek DirkJan de hoofdrol speelt is al meteen duidelijk dat we met een heel ander diertje te maken hebben. Ja, er is droge humor, ja er valt te lachen, maar dan eerder een beetje ongemakkelijk. Denk aan The Office of In De Gloria, cringe humor, zoals dat dan heet. DirkJan is hier niet langer een eendimensionale sul maar een stripfiguur waar Retera zichzelf op projecteert. De foto en De mandarijn zijn eigenlijk twee perfect op elkaar aansluitende kortverhalen. In het eerste verhaal, dat vroeger al eens apart uitkwam in de Pincetreeks, beschrijft Retera hoe een schuchtere en verliefde schooljongen zijn grote liefde niet durft aanspreken en dan maar een plan bedenkt om ongemerkt een foto van haar te maken. En dat met even hilarische als tragische gevolgen.

In het tweede deel zijn we vier jaar later en de hoofdfiguur onderneemt, gestuurd door boodschappen uit gelukskoekjes, een Odyssee naar Parijs, alwaar die geliefde zich nu zou ophouden. Buiten DirkJan/Retera zijn er geen vernoemenswaardige personages. We worden het verhaal doorgesleurd aan de hand van een monoloog en enkele denkballons. En meestal zelfs dat niet eens. Retera neemt immers de tijd. Een groot deel van deze strip bestaat uit slechts de verstilde beelden van een door een desolaat en verlaten Parijs zwervende Dirktera. Door middel van schaduw en perspectief weet Retera die platen een ongelofelijke emotionele lading te geven. Onderbroken door af en toe een grap lees je, of beter: zie je, de wanhoop van het hoofdpersonage voortschreiden. Dit gegeven wordt ten top gedreven als DirkJan/Retera uiteindelijk voor de deur staat van het huis waar het meisje zou moeten wonen. De actie verstilt plots nog meer. In zeven beelden, verspreid over 4 pagina’s weet Retera perfect de typische twijfel van een adolescent op liefdespad te vatten.

Retera past ook zijn stijl aan: geen felle kleuren maar zwart-wit. Geen zwarte schaduwen maar rasterwerk. Prachtige verzichten van steden. Een tekenfilmachtige hoofdpersoon met een soms bijna realistisch getekende achtergrond. Het perfecte recept om de lezer het verhaal in te trekken: makkelijk om je te identificeren met de hoofdfiguur en een achtergrond echt genoeg om als “waar” over te komen. Zeer mooie uitgave ook: hardcover, bedrukte kartonnen cover met reliëf, prachtig papier en de barcode verwerkt in de tekening op de achterkant. Klasse, als het ware. Je hebt dit boekje in 10 minuten uit als je doorleest, je kunt een veelvoud aan minuten genieten als je de prenten en stilte helemaal tot je laat doordringen en de inhoud blijft nog langer dan dat in je ziel haken.
Lezing: In de voetsporen van Spider-Man tijdens Imagine
(Strip)journalist Michael Minneboo schrijft in het dagelijks leven over strips, graphic novels en beeldcultuur. Sinds hij op zijn zevende een stapel Spider-Man comics las, heeft het webhoofd hem niet meer losgelaten. Spidey wordt dit jaar 50, reden waarom Minneboo tijdens Imagine in de wereld van Peter Parker duikt.

Hij bezocht enkele locaties uit de strips in New York en ontmoette daar ene Mr. Parker. Ook legt hij uit waarom Spider-Man zo'n boeiende stripfiguur is en op welke manieren de schrijvers en tekenaars van Marvel ervoor zorgen dat hij door de jaren heen relevant is gebleven. Rijk geïllustreerd met beeldmateriaal uit de strips, films en tv-incarnaties.

Wanneer? Donderdag 26 april, 15.50.
Waar? Kriterion 2, Amsterdam.
Meer over Imagine: Amsterdam Fantastic Film Festival vind je op de site.
spiderman 600
Peter Moerenhout
De laatste bronst - Servais
*****
(Dupuis - Collectie Vrije Vlucht)
Jean-Claude Servais heeft intussen de gezegende leeftijd bereikt waarop leerkrachten, treinbestuurders, ambtenaren en steuntrekkers met pensioen mogen gaan. Met andere woorden: de man heeft al een karrenvracht aan strips geproduceerd. Jaren geleden, toen ik er waarschijnlijk te jong voor was, leende ik enkele van zijn strips uit de lokale bibliotheek. Het bleek dat ze meestal over de Ardennen gingen en dat er amper iets in ontplofte. Bummer.

Gelukkig stonden er wel naakte vrouwen in. Maar de verhalen bekoorden me niet. “Veel psychologisch gezwets”, dacht ik toen. Toen het internet zijn intrede deed had ik plots ook geen behoefte meer aan Servais en zijn naakte dames, dus: exit stage right Jean-Claude. Met lichte tegenzin begon ik aan De laatste bronst en slaakte een diepe zucht toen ik op pagina negen hele lappen tekst die uit een roman van één van de personages bleken te komen zag staan. Oh boy. Ik overwoog even om deze tekstblokken over te slaan, maar zo ben ik niet opgevoed. En zowaar, die teksten waren zo slecht nog niet.

Het verhaal begint kalm met een fan van een schrijver die haar idool ontmoet. Ze bezweert de man dat haar eventuele zoon of dochter later een bekend romancier zal worden. De schrijver wenst haar geluk en plots zijn we meer dan twintig jaar verder. De vrouw zit in een gesticht, leeft in een droomwereld en zal voor het eerst haar volwassen dochter ontmoeten. Die, moet ik zeggen, zeer aantrekkelijke dochter kan enkel communiceren met moeder binnen de strikte grenzen van moeders droomwereld en laat zich overhalen om een roman te schrijven. Dochterlief verwacht er niet teveel van maar neemt zich toch voor een boek neer te pennen al was het maar om tot haar moesje door te dringen. Boem: nog romanfragmenten. Het verhaal switcht naar de schrijver die op een gigantisch kasteeldomein inspiratieloos zit te wezen. Zijn jachtopziener blijkt dagboeken bij te houden over de omliggende bossen en in het bijzonder de gedragingen van de daar vertoevende herten. Wham: een derde soort fragmenten.

Langzaam maar zeker verweeft Servais deze drie invalshoeken en zijn personages tot een thriller die best kan beklijven. Meer nog: hij heeft mij een keer of twee beet gehad met een plotwending die ik niet zag aankomen. Ik wil niet opscheppen, maar 90% van de plotwendingen vandaag de dag ruik ik al van op een boogscheut of drie afstand. (waarschijnlijk ligt dat eerder aan het onvermogen van scenaristen heden ten dage om met originele twists te komen aankakken) Nog imposanter wordt het echter als aan het einde van het boek, in een appendix, één en ander uit de doeken wordt gedaan. De prozafragmenten komen uit boeken van vrienden van Servais. Servais heeft dus rond de verhalen van zijn maten een compleet nieuw verhaal geweven. Niet zo extreem moeilijk omdat het spelletje ook zou werken met drie totaal andere auteurs, maar Servais weet op een slimme manier een soort van intertekstuele context op te roepen. Hij zet je als het ware aan het associëren en op de duur zie je geen herten meer baltsen maar de figuren uit het verhaal die een dodelijke dans uitvoeren.

In de goed gestoffeerde appendix kom je vooral meer te weten over de drie andere auteurs wiens werk heeft bijgedragen aan De laatste bronst: biografieën en excerpten. Wel zo fideel van Servais. De tekeningen zijn soms een beetje stug en strak als het op personages aankomt maar de natuurlandschappen, kastelen en lappen bloot vel van Servais zijn wel om vingers en duimen bij af te likken. Servais levert hier in de herfst van zijn leven eigenlijk een zeer geslaagd stukje mixed media af. Niet slecht voor een pensioengerechtigde.
Peter Moerenhout
H.P. Lovecraft - Het onzienbare en andere verhalen - Erik Kriek
*****
(Oog & Blik)

Ik heb al tientallen verstrippingen van het werk van Lovecraft gelezen. Tot vervelens toe zelfs. Na het lezen van Neonomicon van Alan Moore en Jacen Burrows dacht ik: “Dit is het enige wat me nog kan boeien aan Lovecraftiaanse strips, geen slaafse adaptaties maar nieuwe verhalen met dezelfde inslag.” En dan las ik H.P. Lovecraft - Het onzienbare en andere verhalen.

Voor de leken: Lovecraft schreef een hele hoop korte verhalen en novelles tijdens zijn korte leven. Hij creëerde een compleet nieuwe mythologie en een niche binnenin het horrorgenre die alle andere horror oversteeg. Zijn gruwel gaat over wat we nog niet kunnen zien, de monsters die buiten onze dimensie en waarnemingsvelden op de loer liggen, maar vooral over de minuscule betekenis van de mens en onze maatschappij in dat grotere, afschuwelijke geheel. Lovecraft was daarin een meester van suspense en Kriek weet dat effect nog te versterken. Vijf verhalen koos Kriek en geen enkel daarvan is minder dan een grafisch hoogstandje. Hij werkt alles uit in zwart-wit (een zeer donker bruin in het boek zelf, wat nog toevoegt aan de sfeer) en rastert naar lieve lust. Horror beleef je doorgaans door mee te leven met de personages dus is het nodig dat die geloofwaardig zijn. Kriek weet zijn personages gelukkig zeer veel expressiviteit aan te meten. Ze acteren als het ware op het toppunt van hun kunnen. In veel strips is het zo, net zoals in films, dat een slecht getekende prent of een slecht acterend personage, je uit de suspense en flow van het verhaal kan trekken. In dit boek zit je echter gebeiteld wat dat betreft. Mijn ogen waren aan de pagina’s gekluisterd.

Ook met ritme zit het snor. Adaptaties van proza verzanden al snel in een staccato dat dicht tegen illustraties aanleunt in plaats van tegen strips. Sommige verhalen in deze bundel zijn nogal tekstzwaar maar dan wel steeds in dienst van de sfeer. Kriek vertelt nooit als hij kan laten zien. En zo is het goed. Kriek heeft altijd al een archaïsche en toch poppy tekenstijl gehad die hij nu consequent doorzet, echter nooit zonder te verbluffen. Deze verhalen lijken rechtstreeks uit de Creepy of Eerie magazines in hun gouden tijd te komen. En komende van mij is dat een groot compliment.

Ongeveer de enige zwakte die dat soort verhalen soms hadden was de plotwending op het einde. Zo ook in deze bundel. Twee van de drie verhalen hebben een zogenaamde twist op het einde, een verrassende wending in het verhaal. Je ziet die echter steeds van ver aankomen. In het begin van de twintigste eeuw zullen die apotheosen hier of daar wel eens nattigheid langs iemands benen hebben doen lopen, maar hier en nu: nee. Kriek kan er uiteraard niets aan doen dat het bronmateriaal een dergelijke plot heeft en grafisch en striptechnisch zijn het nog steeds juweeltjes dus: geen erg.

De andere verhalen zijn eerder sfeerscheppende stukken die hier en daar een tipje van de sluier oplichten en tonen wat voor afschuwelijks daar mogelijks onder zit en die slagen erin om te beklemmen tot aan het einde. Het boek is prachtig uitgegeven en helemaal in thema gelay-out en heeft een voorwoord en een afsluitend stukje met meer info over Lovecraft en zijn obsessies. Kriek strooit duchtig in het rond met illustraties en zelfs de nummering van de bladzijden is van een thematische aansluitbaarheid. Nice. Kriek lijkt zich in deze bundel te focussen op Dagon en zijn vismensen. Cthulhu, Nyarlathotep en Yog-Sothot komen niet aan bod. Ik hoop dat dat wil zeggen dat Kriek aan nog drie opvolgers werkt. En als u niet weet wie al die kwistenbiebels zijn, dan staat u nog heel veel leesplezier te wachten.

Meer recensies van Peter kunt u lezen op zijn blog.

Michael Minneboo
Filmfanfare
*****
Filmfanfare
Recent werd op de Kunsstripbeurs in Utrecht het boek Filmfanfare gepresenteerd. Actrice Willeke van Ammelrooy mocht het eerste exemplaar in ontvangst nemen. Passend, want ook van de film Antonia waarin zij de hoofdrol speelt, komt een verstripping in het boek voor, namelijk van Merel Barends, die de actrice een getekend affiche van de film aanreikte.



In Filmfanfare verbeelden eenenvijftig striptekenaars net zoveel Nederlandse films. Drieëntwintig filmexperts kozen hun twintig favorieten. Uit de daaruit resulterende lijst van 83 kozen de stripmakers de documentaire, speelfilm of korte film uit die ze wilden verstrippen. Ook hebben de tekenaars een bijbehorend affiche getekend.

Sequel
Om in filmvaktermen te blijven: Filmfanfare is een sequel van het boek Mooi is dat!, waarin 57 literaire klassiekers in één pagina werden verstript. Voor sequels geldt dat ze meer van hetzelfde bieden en het meestal niet halen bij het origineel. Een paar uitzonderingen daargelaten natuurlijk, ik heb ook Spider-Man 2 en The Empire Strikes Back gezien. Twee voorbeelden van de uitzondering op de regel.

Origineel kunnen we het uitgangspunt van Filmfanfare niet noemen. Hoe zit het met de inhoud van het boek?

Als sequel biedt deze verzameling meer van hetzelfde als zijn voorganger. Van iedere film is er een beschrijving opgenomen van filmcriticus en filosoof Dana Linssen. Linssen legt bondig uit waar de film over gaat en geeft ook de nodige achtergrondinformatie. Je steekt er als liefhebber en passant aardig wat op van de Nederlandse film(industrie). Haar teksten zullen Filmfanfare voor de filmliefhebbers de moeite waard maken. Ze zijn soms ook geen overbodige luxe: sommige strippagina's zijn niet te volgen zonder de beschrijvingen van Linssen.

Wat betreft de strippagina's zitten er een paar heel mooie bijdragen bij. Bijvoorbeeld die van Bas Köhler, die een grappige en treffende interpretatie maakte van Zij gelooft in mij. De documentaire van John Appel blies indertijd de carrière van André Hazes nieuw leven in. Dace Sietina, die op dezelfde Kunststripbeurs de StripGrafiekPrijs in de wacht sleepte, maakte een sfeervolle impressie van de documentaire Het is een schone dag geweest. Filmmaker Jos de Putter richtte de camera op zijn ouders en hun Zeeuws-Vlaamse boerenbedrijf, dat plaats moet maken voor het moderne leven. Sietina's pagina is ook heel goed los van de film te genieten en overigens een van haar meest toegankelijke werken.



Een van de mooiste bijdragen is van Gerben Valkema (Elsje) die de film Als je begrijpt wat ik bedoel uitkoos. Deze avondvullende tekenfilm is natuurlijk gebaseerd op de verhalen van Marten Toonder. Valkema maakte een prachtige pastiche van de tekeningen uit de Toonderstudio's.

Geen punk
Jean-Paul Arends (Scribbly) maakte een verhalende stripversie van Ciske de Rat op rijm en geeft een originele en bovenal leuke samenvatting van de film. Oorspronkelijk zou Peter van Dongen De rat voor zijn rekening nemen, maar zijn interpretatie werd te eigenzinnig bevonden door de samenstellers. Kennelijk kon Van Dongens punkparodie op de film hen niet bekoren.

Jeroen Funke weet met zijn pagina de sfeer van New Kids Turbo goed over te brengen en laat een van de New Kids het volgende uitspreken: 'Da's toch 'n strip of nie dan?! Betalen, jonguh, kut!' Hiermee verwijst hij ook met een dikke knipoog naar de filmmakers die voor de publicatie van Filmfanfare stampij maakten. Er is namelijk veel gedoe geweest rondom dit boek. Enkele filmmakers voelden zich gepasseerd omdat de samenstellers Gert Jan Pos en Willem Thijssen, respectievelijk de voormalig stripintendant en de huidige animatie-intendant, noch het Eye Instituut of de uitgever hen op voorhand om toestemming hadden gevraagd. Dick Maas was een van die boze filmmakers. Zijn films Flodder en De lift zijn in het boek opgenomen. Maas kan rustig ademhalen: beide films zijn verbeeld zonder dialoog, waarmee meteen een van de zwakke punten uit zijn oeuvre is omzeild.



Nu weten we het wel
Bij het lezen van Filmfanfare bekroop mij hetzelfde gevoel als Mooi is dat!: het is allemaal sympathiek bedoeld, maar wat moet ik hier als striplezer mee? Wat heb je aan een boek vol één-pagina verstrippingen? Eigenlijk niet zo gek veel. Deze prestigeprojecten zijn grotendeels bedoeld ter promotie van het medium en de stripmakers die erin staan. Hoewel ze een aardig beeld geven van het tekentalent in de Nederlandse strip, ontbreken er enkele oudgedienden in het lijstje, waardoor er geen sprake is van een volledig beeld. Hetzelfde gold overigens voor Mooi is dat!

Maar wat promoten we eigenlijk met dit soort boeken? Dat strip een goed medium is om verhalen uit andere media te verbeelden? Ik hoef niemand uit te leggen dat je daar het medium schromelijk tekort mee doet. Ik ben niet per definitie tegen stripadaptaties. Erik Kriek liet recent nog zien hoe je met veel passie en talent een zeer boeiende stripbewerking kunt maken van de verhalen van H.P. Lovecraft. (Ook zijn interpretatie van Spetters in Filmfanfare is een lust voor het oog overigens.)

De stripliefhebber in mij heeft het wel gehad met die één-pagina verstrippingen. Mijn koffietafel ligt vol met deze prestigeboeken, maar ik betwijfel of ik ze ooit nog inkijk. Ik lees liever een stripverhaal. Ik mag dan ook hopen dat Filmfanfare geen sequel krijgt en dat we over twee jaar niet opeens een boek met, ik noem maar wat, toneelverstrippingen krijgen. Of poëzie-verstrippingen. Want, waar eindigt het dan? Verstrippingen van strips?

Foto boekpresentatie: Rolf en Nicole Kruger.

Filmfanfare. Oog & Blik/De bezige bij. €29,90
Une soireetje de BDSL @ WORM
Dinsdag 10 april organiseert cartoonist Kito met Cultvideotheek Next Page weer een Une soireetje de BDSL
. Een wat?! Een avondje Biertjes Drinken & Stripjes Lezen. De paaseieren zijn dan wel weer gevonden en verteerd, dus een goed moment om een prille lenteavond te wijden aan stichtelijke stripboeken en duivelse cartoons.
 In WORM, waar de Cultvideotheek haar onderkomen heeft, bent u welkom om (gratis) te komen genieten van een avond met / over / voor strips, cartoons en aanverwante culturele oprispingen.

Deze maal onder andere met Meneer de Groot die al uw favoriete hits van voor én na 1965 draait en Meneer Halbertsma met praatjes over obscure plaatjes. 
Laatstgenoemde maakte ook deze fraaie flyer. Wat kunt u nog meer verwachten? STARDUST THE SUPER WIZARD - Fletcher Hanks meets Jacob Groot - a recital. En natuurlijk veel leesplezier en bier! We starten om 19:30 uur. Het adres: Boomgaardstraat 71 (bij de Witte de Withstraat).
Peter Moerenhout
Psyren nr. 3 - Toshiaki Iwashiro (en staf)
*****
(Kana)
Grote bambi-ogen, overacting, flitsende actie die soms een gebrek aan verhaal verbergt, machogedrag, veel geblaat en weinig wol… Doorgaans is manga niet echt mijn ding. Natuurlijk zijn er Akira en consorten, meesterwerken die men als rechtgeaarde striplezer moet gelezen hebben. Maar ik had nooit gedacht dat ik nog een manga zou lezen die noch een meesterwerk, noch een op mijn zenuwen werkende strip is.

Het verhaal van Psyren steunt op een premisse waarmee de maker, Toshiaki Iwashiro, twee kanten mee uitkon: ingenieus of rotslecht. Geruchten doen de ronde, geruchten over zeer zeldzame en exclusieve telefoonkaarten. Niemand lijkt echt te weten waarvoor ze dienen, maar er wordt grof geld geboden voor wie zo’n kaart kan vinden en ze wil verkopen. De kaarten blijken toegang te geven tot een apocalyptisch slagveld. Men gebruike de kaart in een telefooncel, men beantwoorde een paar vragen en als men uitgekozen wordt sta je binnen de kortste keren tussen rokende ruines die vergeven zijn van angstaanjagende monsters. Langzaam maar zeker komen we te weten dat dit gedoe één groot spel is. Elke keer als iemand naar dat vreemde landschap wordt getransporteerd is het de bedoeling dat die ergens een telefooncel kan bereiken waardoor hij of zij weer in de echte wereld terecht komen. De opdrachten worden steeds moeilijker en al snel blijkt dat de hoofdprijs van deze opdrachten geen roem of centen inhoud maar het lot van de wereld.

Op zich klinkt dat niet zo bijster boeiend of origineel. De eerste twee albums konden mij niet bekoren, maar in dit derde deel lijkt alles op zijn plaats te vallen. Deze aflevering speelt zich helemaal af in de wereld van Psyren en de actie spat ervan af. De hoofdpersonages zijn constant in de weer met overleven, vechten en discussiëren over de te volgen strategie. Klakkeloze actie is niet mijn ding, des te verrassender dus dat net dit deel ervoor zorgde dat ik het verhaal werd ingetrokken. Dat ligt voor een groot deel aan de ontwikkeling van de plot en de manier waarop de actie wordt behandeld. Langzaam maar zeker komen we meer te weten over de wereld van Psyren. Ik ga hier nu niet verraden wat, maar kan alleszins zeggen dat het qua originaliteit en spanning de juiste kant lijkt op te gaan. De forte van de actie is dat er niet oeverloos heen en weer gemept of geschoten wordt maar dat de deelnemers aan het spel echte puzzels moeten oplossen. Er moet nagedacht worden over hoe ze welk monster zullen aanpakken. Elke persoon heeft ook een bepaalde speciale geestelijke kracht, het blijft natuurlijk manga, maar het is interessant om te lezen hoe ze ertoe komen om bepaalde krachten op trefzekere wijze te bundelen om één of andere misbaksel uit te schakelen.

Ook de mix van personages is er bal op. We krijgen hier te maken met een spierbundel die vroeger een nerd was, een arrogante, egoïstische betweter, een meisje dat al zeer lang in de wereld van Psyren ronddwaalt en dus de de facto leidster is, een ijdele filmster, en nog enkele andere interessante jongsters. Dat er ook nog een driehoeksrelatie in het spel is maakt de interactie des te smeuïger. In de traditie van dit soort manga lijken de personages puur op willekeur en emotie reagerende, ongestuurde projectielen. Het lijkt alsof ze alles wat ze denken en willen er meteen uitflappen. En elk greintje aan reactie of emotie wordt dan nog eens tot in het oneindige gedramatiseerd. Normaal gezien werkt dit ferm op de zenuwen maar in Psyren lijken die verhaalingrediënten expres tot zo’n hoog niveau getild dat het geheel vrij hilarisch wordt.

Iwashiro blijft ook consequent in zijn karaktertekeningen. Op die manier vermijdt hij dat het ongeloofwaardig wordt en bereikt hij bij de lezer een soort van extreme suspension of disbelief. De tekeningen zijn vrij gedetailleerd en gelardeerd met arceringen, dunne lijntjes en pointillisme. Op hun best zijn die meesterlijk uitgevoerd, op hun slechts vrij onoverzichtelijk. Waarschijnlijk heeft het kleine formaat van dit boek daar veel mee te maken. Maar dat is ook typisch voor manga. Een lekkere snack voor de meerwaardezoeker met open geest die tussen het lezen van zware graphic novels door ook eens graag iets luchtigs verteert.
Sandra de Haan
The House That Groaned - Karrie Fransman
*****
(Square Peg)
De graphic novel van Karrie Fransman wordt aangeprezen met te stellen dat ze alle regels van het verhalen vertellen breekt. De in Londen wonende Schotse tekenares heeft inderdaad een opvallend boek gemaakt, maar uniek is de vertelstijl is zeker niet. Wel is het boek erg mooi verzorgd: het papier is lekker dik en de raampjes van het vervallen Victoriaanse pand zijn uit de cover gestansd, waardoor je bij de personages naar binnen kijkt, een erg smaakvol effect.

We maken kennis met alle bewoners van Rottin Road 141, ieder met zijn of haar herkenbare of juist buitenissige problemen. Barbara verkoopt make up en wil schoonheidsspecialiste worden. Matt is een verlegen fotoretoucheerder met smetvrees en een oogje op zijn barbie-achtige buurvrouw. De weduwe Demi Durbach maakt zichzelf zo onzichtbaar mogelijk. De door eten geobsedeerde Janet Miller runt de ‘do or diet group' in haar appartement en de vunzige Brian geilt op misvormde en zieke vrouwen. Het slecht onderhouden pand heeft een eigen vocabulaire. ‘Clank', ‘bang' en ‘cling' duiken regelmatig op.

De aangekondigde personages op de bijzonder professionele website (met een deel van de strip als animatie!)en de mooi verzorgde cover scheppen verwachtingen. Die worden helaas niet waargemaakt. Fransman worstelt nogal met de kroontjespen, waardoor de figuren er lelijk en grof uitzien. Het lijkt alsof er onder grote tijdsdruk is getekend, wat nog versterkt wordt door de vele paginagrote tekeningen aan het einde van het boek. De rare V-vormige neuzen en vreemde circelwangen laten wel experimenteerlust zien. Als ze die extreme vormentaal consequent had doorgevoerd, had ze ermee weg kunnen komen. Nu hangt de stijl tussen mislukt realisme en vervorming in, het gebied waar je als tekenaar zo ver mogelijk vandaan moet zien te blijven.

Matig tekenwerk hoeft geen ramp te zijn als je er een meeslepend verhaal tegenover stelt, zoals bijvoorbeeld Dash Shaw met Bottomsless Belly Button deed. Een levendige fantasie heeft Fransman absoluut, zozeer zelfs dat er te veel ideëen en flashbacks in één boek zijn beland, waardoor er te weinig ruimte is om de scenes en personages voldoende uit te diepen. Daardoor kun je niet echt met ze meeleven. Het basisidee dat mensen in deze tijden eenzaam langs elkaar heen leven is daarbij niet zo origineel. Het verhaal zit vol preoccupaties met het (vaak onsmakelijke) lichaam, verlangen naar eten en seks, overgewicht en schuldgevoel. Humor is afwezig. Die combinatie maakt het een echt vrouwenboek. Er zitten zeker een paar prachtige momenten in, maar te weinig om het boek boven de middelmaat uit te tillen.
Michael Minneboo
Tim Enthoven in de Canvasconnectie
Tim Enthoven
In het Vlaamse televisieprogramma De Canvasconnectie vertelt een kunstenaar of vormgever over werk in voorbereiding en becommentarieert werk van anderen. Zondag 25 maart is dat grafisch kunstenaar Tim Enthoven.

De Canvasconnectie, Canvas, zondag 25 maart 20.15 - 20.45

Lees hier een interview met Enthoven over deze uitzending en zijn werk.