B-films, underground en trash op de alweer vijfde editie
Wie zijn films graag een beetje anders heeft (lees: ondergrondser, weirder, culter-dan-cult) kan voor het vijfde jaar terecht op het Bredase BUT Film Festival, waarbij die eerste drie letters staan voor B-movie, Underground en Trash. Als 17 Nederlandse premières, 4 Europese premières én de wereldpremière van live-action-crime-noir-extravaganza The Diamonds of Metro Valley van Aaron Arendt en Mary McIlwain, een bizarre animatiefilm over een robothagedis, op zich al niet genoeg aanbeveling is, dan is zeker de komst van Jörg Buttgereit een reisje naar het zuiden waard. Deze sympathieke en praatgrage Berlijnse cultregisseur zal graag al uw vragen over zijn destijds uiterst omstreden Nekromantik-reeks beantwoorden. Uit Italië komt Francesco Campanini, wiens Solitario (2008) zijn Nederlandse première zal beleven. Spaans bloed stroomt rijkelijk in Carlos Atanes’ Maximum Sham (2010), een twisted post-apocalyptische 'trip down the rabbit hole’, aldus de organisatie. Van César del Lamo is er de verrassende thriller Mi (2009) en Norberto Ramos del Val, eerder al te gast op BUT 2009, vertoont zijn korte film INVSN in één van de vier korte filmblokken.

Ook dit jaar is er een bijzondere randprogrammering, met als nouveauté het underground-dichtersprogramma met o.a. Diana Ozon en Nick J. Swarth en op zaterdag Boxring I&II, een boxmatch met woorden van Dastrugistenda. In het performanceprogramma treedt het Italiaanse, klassiek geschoolde Hexperos op: een kwartet met harp, viool, bas en een zangeres met een geluid waar, in de woorden van het BUT, Wagner alleen maar van zou hebben kunnen dromen. Aan de beste BUT-filmmakers wordt op zaterdag 11 september de BUT-award uitgereikt in de categorieën ‘beste BUT-lange film, ‘beste BUT-korte film en ‘beste BUT-studentenfilm’. Het is tenslotte pas goed als het echt BUT is!

Vijf keer twee vrijkaartjes!
Zone 5300 geeft in samenwerking met BUT vijf keer twee vrijkaartjes weg voor een film naar keuze. Alles wat u hoeft te doen is ons vóór 8 september 12.00 uur een mailtje te sturen met als subject 'BUT 2010’ en vermelding van uw volledige naam en adres. Prijswinaars krijgen direct bericht!
Zie voor het volledige programma en verdere info de officiële BUT-site.

Michael Minneboo
Solitary Man
*****
Solitary Man
De midlifecrisis: ik kijk er niet naar uit. Al ben ik half benieuwd of ik ooit thuis ga komen met een Harley-Davidson of een veel te jonge stoeipoes. Hoewel het een wellicht vanzelf volgt uit het andere, maar dat terzijde. Ik vermoed dat Michael Douglas zijn midlifecrisis al gehad heeft, aangezien hij met Catherine Zeta Jones is getrouwd, die 25 jaar jonger is dan de doorgewinterde acteur. Een man spelen die er middenin zit, zou voor ervaringsdeskundige en acteerkanon Douglas dus een eitje moeten zijn. Dat Solitary Man echter op alle fronten teleurstelt, ligt ook niet zo zeer aan Douglas of de rest van de prima cast, maar aan het fantasieloze scenario.

Douglas speelt Ben Kalmen, ooit een succesvol zakenman in de autobranche totdat hij begon te frauderen. Nu probeert hij de zakelijke connecties van zijn schoonvader te gebruiken om er weer bovenop te komen, maar die plannen vallen in duigen als hij in bed belandt met de dochter van zijn vriendin. Vreemdgaan doet hij trouwens al een kleine zeven jaar. De reden: vanaf het moment dat de dokter hem vertelde dat er iets mis was met zijn hart, probeert Ben wanhopig de dood voor te blijven door 'avontuurlijk en risicovol te leven'. Hij maakt er een dagtaak van om met zoveel mogelijk jonge vrouwen het bed te delen, in een laatste poging om zich nog jong te voelen. Ik verzin het niet, het wordt letterlijk zo uitgelegd door Ben wanneer hij zijn ex-vrouw Susan Sarandon spreekt.

No sympatico
Het is spijtig dat de film enige vorm van humor moet ontberen. Ben weet zichzelf noch zijn problemen te relativeren en komt om in zelfmedelijden. Sterker nog: dit zelfingenomen mannetje weet geen seconde sympathie op te wekken, dus waarom zouden wij ons zijn crisis moeten aantrekken? Zwaar op de hand sleept het geheel zich voort. Jammer, want met een cast die behalve Douglas en Sarandon ook uit Danny DeVito en Mary-Louise Parker bestaat, had een veel mooier resultaat bereikt moeten worden. Laat u ook niet misleiden door het omslag van de dvd, waar heel brutaal staat opgeschreven dat de film van Steven Soderbergh, regisseur van Ocean's 11,12 en 13 is. Soderbergh is een van de producenten, maar Solitary Man werd geregisseerd door Brian Koppelman en David Levien.

Handige tips
Wanneer de dochter van zijn vriendin klaagt dat haar leeftijdsgenoten niet weten hoe ze een vrouw tussen de lakens moeten behagen, geeft Ben twee goede tips. 'Vertel je vriendje wat je lekker vindt en leidt zijn handen op de plekjes waar je ze wilt hebben,' vertrouwt Ben haar toe voordat hij zijn raad even later demonstreert. Nu u dat weet, kunt u de rest van deze rolprent aan u voorbij laten gaan.

Solitary Man, USA 2009.
Regie: Brian Koppelman en David Levien
Met: Michael Douglas, Susan Sarandon, Danny DeVito en Mary-Louise Parker
Nu op DVD: DFW.
Michael Minneboo
Daybreakers
*****
Daybreakers
Daybreakers speelt zich af in het jaar 2019. Ongeveer tien jaar geleden viel de mensheid ten prooi aan een vampiervirus waardoor een deel van de bevolking in vampiers is veranderd. En die willen bloed zien, nou ja, proeven.

Mensen worden uitgemolken tot hun laatste druppel, maar wanneer er van de mensheid nog maar 5 procent in leven is, wordt bloed een schaars goed. Daarom werkt wetenschapper en vampier Edward Dalton (Ethan Hawke) aan een bloedvervanger. Dan ontmoet hij Elvis (Willem Dafoe, niet de king) - een voormalige vampier die heeft ontdekt hoe je weer mens kunt worden. De redding van de mensheid lijkt in zicht, ware niet dat Daltons vampiergenoten liever gewoon nachtwezens blijven.

Koffie verkeerd
Het aantal vampierfilms is inmiddels oneindig, toch hebben de gebroeders Spierig, script en regie, met Daybreakers een aardige genrefilm afgeleverd. Het is genieten van de kleine grapjes die ze in het dagelijks leven van een vampier hebben geschreven. Die drinkt zijn koffie namelijk altijd met een wolkje bloed en leidt een decadent leven. Je kunt makkelijk de ene peuk na de andere opsteken, want dood aan kanker ga je toch niet. Auto's zijn met zwartgetinte ramen en videoschermen uitgedost om overdag rijden mogelijk te maken. En je kan dan zo hard rijden als je wilt: de politie gaat pas 's nachts aan het werk.

De leuke vondsten kunnen niet verhullen dat het script ook wat vragen onbeantwoord laat: waarom is niet iedereen besmet geraakt met het vampiervirus? En hoe zijn de mensen besmet? De film houdt genoeg vaart om dat soort vragen even te vergeten; ook het vermakelijke spel van acteurs als Willem Dafoe en Sam Neill biedt genoeg afleiding. Daar steekt Ethan Hawke, die een getormenteerde vampier speelt die liever gewoon mens wil zijn, toch een beetje bleek bij af.

Ondanks het intrigerende uitgangspunt vervolgt de film een voorspelbaar pad. De vampierwereld is met een beperkt kleurenpalet in beeld gebracht, waarin koude kleuren overheersen en waar alles wat rood is lekker opvalt. (Dat koude kleurenpalet kennen we van wel meer futuristische films, dat het er somber uitziet in de toekomst is een bekend cliché.) We zien de wereld waarin de mensheid leeft, vooral in dagscènes waarin warme kleuren overheersen. Een simpele, doch effectieve manier om het contrast tussen beide volken aan te geven.

Extra's
Voor de liefhebbers bevat de dvd een making of van bijna twee uur. Saillant detail: de hoofdfilm duurt slechts 96 minuten. Ook een aangename aanvulling is de korte film The Big Picture, van dezelfde regisseurs. Hierin ziet een meisje via het beeldscherm van haar televisie, hoe haar leven eruit had gezien als ze wel op de eetuitnodiging van de buurman was ingegaan. Iedere keer als ze naar het volgende kanaal zapt, ziet ze een nieuw moment van haar toekomst. Een bijzonder concept met een verrassende afloop.

Een groot minpuntje aan de dvd is het feit dat je bij iedere kijkbeurt eerst alle trailers moet doorskippen omdat je niet meteen naar het hoofdmenu kan doorklikken. Daar moeten ze bij Dutch Film Works toch eens iets aan doen.

Daybreakers, USA 2009.
Regie: Michael Spierig, Peter Spierig
Met: Ethan Hawke, Willem Dafoe, Isabel Lucas en Sam Neill.
Nu op DVD: DFW.
Michael Minneboo
Iron Man 2
*****
Iron Man komt niet uit de verf
Vroeger perste Hollywood er pas een vervolg uit als de eerste film een succes bleek. Tegenwoordig worden vervolgen al gepland als de cijfers van het eerste vertoningweekend veelbelovend zijn. Sequels waren vroeger dikwijls slechter dan het origineel, op een paar uitzonderingen daargelaten.

Met alle filmtrilogieën en filmseries gaan we er tegenwoordig voor het gemak vanuit dat het vervolg beter is dan het origineel. Vooral in het geval van superheldenfilms, waar men de origin story van de held toch eerder als een struikelblok ziet voor een goede film. Als je de oorsprong eenmaal uit de weg hebt, kunnen we pas echt een goed verhaal maken, wordt er gedacht. Raar, want een interessante superheld valt of staat bij een doordachte oorsprong waarin op boeiende wijze wordt verhaalt hoe de held geworden is zoals hij is en vooral waarom hij zijn krachten ten goede van de mensheid inzet.

Waarom vertel ik dit allemaal? Omdat Iron Man 2 tot mijn verbazing tegenvalt. Niet dat het harnas van Tony Stark Robert Downey Jr. niet als gegoten zit, maar dat was in Iron Man ook al het geval. Iedere scène met Downey Jr. is genieten. Ook de specialeffects vallen niet tegen. Alles ziet er piekfijn uit. Toch maakt Iron Man 2 zijn belofte niet waar.



Impotent
Jammer, want alleen de cast had al veel potentie. Scarlett Johansson als Natasha Romanoff, ook wel bekend als de Black Widow had veel sensueel vuurwerk kunnen opleveren. Helaas komt ze pas aan het einde van de film in vorm als ze mag afrekenen met een stel slechteriken. Maar dat is dan wel een beetje laat. Samuel L. Jackson speelt Nick Fury, de baas van SHIELD. Zijn rol is vooral die van pratend-hoofd-die-alles-uitlegt. Zelfs David Hasselhoff kwam meer in actie toen hij dit personage gestalte gaf in een slechte tv-film. En Mickey Rourke zet big bad Ivan Vanko adequaat maar op een niet-bijzondere wijze neer.

Het thema van de film lijkt het spiegelbeeld te zijn. Zowel Stark als Vanko zitten met een erfenis van hun vader opgescheept. Vanko wil wraak nemen omdat zijn vader nooit de credits of de financiële vergoeding kreeg voor het mede-opbouwen van het Stark-imperium. Hij bouwt een soortgelijk harnas als Iron Man en voegt er twee elektronische zwepen aan toe. Wapenontwerper en handelaar Justin Hammer lijft hem in om Iron Man te kloppen. Maar als de twee uiteindelijk tegenover elkaar staan, blijft het beloofde vuurwerk uit en loopt alles met een sisser af. Daarbij is de hoeveelheid actie in deze superheldenfilm toch al mager en is potentiële spanning ingeruild voor te veel leuk bedoelde onderonsjes tussen de acteurs.

Het thema dat een uitvinding als het Iron Man-harnas ook ten kwade gebruikt kan worden - het Amerikaanse leger wil dat Stark zijn uitvinding afstaat om als oorlogswapen in te zetten - biedt interessante mogelijkheden en luistert het begin van de film op later op de achtergrond te verdwijnen als de focus wordt gelegd op de gezondheidsperikelen van Stark.

Vermakelijke tik
Aan de andere kant is het genieten met Sam Rockwell die als de meedogenloze wapenhandelaar Justin Hammer het campy spiegelbeeld van Stark is. En regisseur Jon Favreau deelt zelf ook nog een vermakelijke tik uit in een actiescène. In plaats van de actieheld uit te hangen had hij zich beter kunnen concentreren op het rommelige verhaal. Dan had hij vast de scenarist op tijd naar huis had gestuurd om een versie te schrijven die de potentie van de personages meer benutte. Dan was Iron Man 2 ongetwijfeld meer dan alleen amusant geweest. Dan had het echt een goede film kunnen zijn.
Tonio van Vugt
De Weg naar Cádiz info
*****
Jonathan Herzberg & Shariff Korver
Coen staat op het punt om te vertrekken naar Cádiz, waar een oom hem als erfenis een boerderij heeft nagelaten. Dan staat plots zijn ex Suzanne bij hem op de stoep: of ze mee mag. Dat mag, en een roadmovie ontvouwt zich, waarbij de relatie tussen beide ex-geliefden onder het chirurgisch mes gaat en hier en daar het onvermijdelijke skeletje tevoorschijn komt. Suzanne vlucht weg van haar getroubleerde relatie, Coen blijkt vooral op de vlucht voor zichzelf.

Of het voor het eerst in de geschiedenis is dat eerstejaars filmacademiestudenten een lange speelfilm hebben gemaakt, zoals de makers beweren, weet ik niet, maar het zou zomaar heel goed kunnen. Wat echter belangrijker is: het dondert niet. Want wie ook zonder deze voorkennis naar De Weg naar Cádiz kijkt, ziet een volwassen debuutfilm met een sterke cast, een uitstekend scenario en gedegen camerawerk, dat wars is van alle hippe trends.

Om maar met het scenario te beginnen: de grootste verrassing is dat dit is geschreven door Merel Barends, bij Zone-lezers en volgers van het Imagine-blog in 2008 en 2009 vooral bekend als stripmaker. Dat ze als stripauteur tussen haar generatiegenoten een unieke plaats inneemt is bekend, maar dat er eveneens scenarioparels uit haar pen vloeien, waarin het euvel van geforceerde ‘literaire’ dialogen plaats maakt voor naturelle, diep invoelbare teksten, waarin ze niet alleen een groot inzicht in menselijke relaties toont maar ook de humor niet schuwt, dat zag ik eerlijk gezegd niet aankomen - in elk geval niet op basis van haar beeldverhalen. Het doet vermoeden dat haar werkelijke kracht op de lange baan ligt. Dat belooft wat voor de graphic novel waar ze mee bezig is.



Maar een knap scenario met fantastische dialogen is één ding, als er wordt geacteerd door een stel amateurs met meer goede bedoelingen dan talent, leidt het tot niets. Dat regisseurs Jonathan Herzberg (levensgezel van Barends) en Shariff Korver en producent Edwin Goldman erin slaagden de professionele acteurs Bart de Vries en Lidewij Benus te strikken voor de rollen van Coen en Suzanne is een geschenk - zij verleenden geheel belangeloos hun medewerking en namen ruim de tijd om hun rollen te repeteren - liefdewerk pur sang. Maar dat is niet de enige reden dat Coen en Suzanne zo levensecht lijken: De Vries en Benus zijn in het echt ook een stel, en je voelt aan hun spel dat veel van de ruzietjes tussen de twee ex-geliefden hen niet geheel onbekend zijn. Niet alles wat tussen hen speelt wordt in dialogen gevat; vooral Benus weet in haar expressie een tragiek te vatten die meer zegt dan woorden. Show, don’t tell. Een prachtig voorbeeld daarvan is te vinden tegen het eind van de film, wanneer Coen een monoloog houdt onder de douche, terwijl de camera strak op Suzanne gericht blijft: het inzicht van waar ze nou precies mee bezig is, trekt langzaam als een donkere waas over haar gelaat.

Herzberg, Korver, Goldman en Barends hebben met hun debuut een knappe prestatie geleverd. Zij die beweren dat het altijd zo beroerd is gesteld met de Nederlandse film, worden keihard en zonder pardon in de hoek gezet door drie filmacademiestudenten en een stripauteur.

De weg naar Cádiz draait vanaf vandaag in diverse filmhuizen in het land. Kijk voor een overzicht op de officiële website .
*****
Dean DeBlois & Chris Sanders
(Nederlandse versie: Hoe tem je een draak) Dreamworks heeft weer een prachtige 3D-animatie afgeleverd, een spannende kinderfilm met veel actie, humor, enge maar toch aaibare draken en een vleugje romantiek. Alles zit er weer in (maar helaas ook de oorverdovende orkestmuziek die verplicht lijkt te zijn in dit genre).

Hiccup is het iele zoontje van het opperhoofd van een Vikingvolk. Een soort Wickie de Viking, maar dan anno 2010 en in 3D. Het hele dorp mag de dagen dan doorbrengen met het de hersens inslaan van allerlei bontgekleurde draken, Hiccup is bepaald geen held. In het bos ontdekt hij per ongeluk een gewonde draak die niet meer kan vliegen, lapt hem op en sluit er vriendschap mee. Geen erg orgineel gegeven, maar er zit zoveel charme in de dialogen dat dat niet al te zwaar weegt. Hiccup is van hetzelfde verlegen onhandige type dat ook de keukenknecht in Ratatouille zo geslaagd maakte. Er wordt duidelijk voortgeborduurd op succesrecepten: natuurlijk zit er ook weer een dom grappig dikkerdje bij zoals we die in Up zagen. Maar de vecht- en vliegscenes zijn een lust voor het oog en er zitten er genoeg onverwachte wendingen in het script dus is het alsnog genieten.

Opvallend is dat Hiccup en de andere kinderpersonages met een Amerikaans accent praten, terwijl de ruwe zeebonken een curieus mengelmoesje van Schots en Amerikaans praten. Puur Schots zou waarschijnlijk te lastig te volgen zijn voor de gemiddelde Amerikaan. De kinderen eenzelfde half Schots accent geven durfden ze niet aan: dat zou de identificatie met de held maar in de weg staan. De monsters zijn werkelijk prachtig; de animatoren hebben zich duidelijk helemaal uit kunnen leven. Maar ze bleven wel binnen de grenzen van wat het publiek gewend is aan filmmonsters voorgeschoteld te krijgen: een mix van Avatar (Hiccup temt een draak en vliegt er op rond), wat gezellige ronde contouren van Ghostbusters-geesten voor de nodige humor en natuurlijk elementen uit Jurassic Park, want ze moeten wel eng genoeg zijn. Veel tanden dus en veel vuur. How To Train Your Dragon is fijner dan Shrek en Madagascar, want zonder overdaad aan mierzoete meligheid. Vermaak voor het hele gezin. U kunt zich onmogelijk vervelen.

Michael Minneboo
Kick-Ass
*****
De film is goed, de strip is beter
De doorsnee tiener Dave Lizewski vraagt zich af waarom mensen in de echte wereld eigenlijk niet voor superheld spelen en besluit zelf misdaadbestrijder te worden. Kick-Ass is geboren.

Vrijwel ongetraind gaat hij, gekleed in een wetsuit en een masker, de straten op. Al snel blijkt waarom niemand ooit heeft geprobeerd een Batman te zijn, want Lizewski belandt na zijn eerste aanvaring met de misdaad al in het ziekenhuis. Dat houdt hem echter niet tegen, vooral niet als een video van zijn tweede gevecht op YouTube van hem een instant ster maakt.

Kick-Ass zet een trend en krijgt al snel te maken met concurrentie, zoals Big Daddy en zijn 10-jarige dochter Hit Girl die als echte superhelden de schurken van de stad letterlijk een kopje kleiner maken.



Ruig
De comic Kick-Ass is een creatie van schrijver Mark Millar en tekenaar John Romita Jr. De strip is een slimme satire op superheldenstrips en gemaakt voor een volwassen publiek: het geweldsniveau ligt hoger dan de gemiddelde Spiderman-comic en de personages zijn ook veel grofgebekter. De zeer vermakelijke filmversie, die vanaf 15 april in de bioscoop draait, is in dat opzicht een stuk milder.

Juist omdat regisseur Matthew Vaugh zich bedient van gestileerd geweld en zich genoodzaakt voelt om Quentin Tarantino-achtige fratsen -inclusief Morricone soundtrack - uit te halen om de climax van de film te vergroten, komt het geweld op het witte doek minder hard aan dan de strak getekende lijnen van John Romita Jr. (Het heeft overigens wel iets ironisch dat Vaugh Tarantino citeert aangezien Tarantino's oeuvre zelf van filmcitaten samenhangt.)

Maar dat is niet het enige verschil. Het filmverhaal wijkt op sommige punten significant af van de strip, wat deels komt omdat de film al in productie was terwijl de comicserie nog gemaakt werd, maar deels ook is te wijten aan Hollywoodconventies.

De film volgt een andere narratieve structuur, waarbij de hoofdpersonages vlak achter elkaar worden geïntroduceerd en het verhaal van Kick-Ass en Hit Girl meer parallel aan elkaar lopen. Ook zitten sommige plotwendingen logischer in elkaar. Als Kick-Ass een onguur type in een drugshol aanspreekt op het feit dat hij zijn ex lastig valt, doet hij dit in de strip omdat de dame in kwestie een verzoek heeft gemaild naar zijn My Space pagina. In de film krijgt hij het verzoek van zijn vriendinnetje en is het een persoonlijke strijd die hij voert.



Modderfiguur
Andere aanpassingen zijn minder geslaagd: dat Lizeweski in de comic niet het meisje krijgt en zelfs wordt afgestraft voor het feit dat hij zich als homo voordeed om vriendjes met haar te kunnen worden, is een vele malen sterker statement dan de romantische afwikkeling in de filmversie. Ook het feit dat Big Daddy in de strip de oorsprong van zichzelf en Hit Girl bij elkaar heeft gelogen, maar dat deze geschiedenis in de film als de waarheid wordt gepresenteerd, maakt dat het thema van de strip zo goed als wegvalt: De strippersonages in Kick-Ass zijn normale mensen die geïnspireerd door strips de superheld proberen uit te hangen, maar die, een enkele uitzondering daargelaten, een modderfiguur slaan. De film eindigt dus nagenoeg toch weer als een standaard superheldenflick.

Dit maakt Kick-Ass overigens niet tot een slechte film. In tegendeel: Kick-Ass is een fijne satire op het superheldengenre die de gemiddelde bioscoopbezoeker twee uur vermaakt. De lezers moeten maar door de verschillen heen kijken.

Aaron Johnson, die recent een zeer overtuigende John Lennon neerzette in Nowhere Boy, is een verdienstelijke Lizewski. Ook Nicholas Cage, die als Big Daddy zijn dialogen op een net zo'n typische manier uitspreekt als Adam West in de Batman tv-serie, zorgt voor een gepaste glimlach.



Maar ster van de film is natuurlijk de 13-jarige Chloë Grace Moretz. Zij weet de kijker ervan te overtuigen dat een meisje van tien een samurai zwaard kan hanteren alsof ze ermee geboren is en in staat is om er een stel maffiosi mee in de pan te hakken. Moretz schopt echt kont.



Kick-Ass draait vanaf 15 april in de bioscoop.
Michael Minneboo
De gelukkige huisvrouw
*****
De gelukkige huisvrouw poster
De gelukkige huisvrouw
Dankzij verschillende televisieoptredens komt Heleen van Royen op mij over als een elitair viswijf. Aangezien ik ook niet tot haar beoogde lezersgroep behoor, acht ik de kans zeer gering dat ik ooit een boek van La Royen zal lezen. Toch werd ik blij verrast door de verfilming van de bestseller De Gelukkige Huisvrouw.

Lea Meyer (Carice van Houten) is stewardess en leidt een schijnbaar gezellig leventje met haar man Harry (Waldemar Torenstra). Totdat hij besluit dat ze een kind willen.

Harry: 'We zijn zes jaar samen. Dat moeten we vieren. Laten we een kind nemen!'

Lea: 'Wat moet jij nou met een kind, je bent toch nooit thuis?'

Harry: 'Nee, maar jij wel.'

Zo gaat dat kennelijk in de wereld van Van Royen - ik kan me daar niet zoveel bij voorstellen. Maar goed, Lea heeft geen bezwaar tegen een flinke sekspartij, integendeel, maar dat daar ook kindjes van kunnen komen lijkt voor haar van secundair belang. De bevalling is zwaar, kent veel pijnlijke momenten en duurt zo tergend lang in de film, dat ik zelden een effectievere reclamespot voor anticonceptiemiddelen heb gezien.

Na de bevalling krijgt Lea een postnatale psychose. Als ze haar pasgeboren zoontje probeert weg te stoppen in een verhuisdoos, wordt het tijd dat ze wordt opgenomen. Tijdens haar verblijf in een inrichting laat Lea langzaam haar schild van cynisme zakken en blijkt dat de moeilijke band met haar kind alles te maken heeft met de vroegtijdig verbroken relatie met haar vader.

Carice! Carice!
Bovenstaand plot had snel kunnen verzanden in gratuite emotioneel kijkvoer, maar Antoinette Beumer, die na een reeks tv-series met De Gelukkige Huisvrouw haar speelfilmdebuut maakt, wisselt ietwat botte humor en tragiek vakkundig met elkaar af en zal daarmee de doelgroep zeker aanspreken.

Toegegeven: de vriendinnen van Lea en de gekken in de inrichting hangen naar het clichématige en sommige sequenties hadden wat strakker geknipt mogen worden. Ook de seksscènes in het begin ontstijgen het typische Hollandse filmidee van erotiek niet: platte seksplaatjes zonder passie.

Toch zijn dat soort schoonheidsfoutjes snel vergeten door het krachtige spel van de cast, waarbij gezegd moet worden dat Van Houten bewijst dat ze de beste actrice van Nederland is. Haar spel ontroert.

Verder is het camerawerk van Bert Pot prima in orde en heeft Tom Holkenborg (Junkie XL) een zeer verdienstelijke soundtrack gecomponeerd.

Niet dat ik na het zien van deze film in de toekomst sneller een roman van Van Royen zal oppakken, maar nog een verfilming van dit kaliber zie ik graag tegemoet.

De Gelukkige Huisvrouw draait vanaf 15 april in de bioscoop.

Michael Minneboo
Dirty Diaries
*****
Zelden opwindende femporn
Dirty Diaries

Wie bij porno voor vrouwen denkt aan sekspartijen waar een nodeloos verhaal aan voorafgaat, zal de meeste korte feministische pornofilms van de dvd Dirty Diaries als een koude douche ervaren.

Dirty Diaries is een initiatief van de Zweedse documentairemaakster Mia Engberg. Engberg veroorzaakte veel ophef met de film Come Together, waarin het gelaat van vrouwen is te zien terwijl ze zichzelf vingeren en klaarkomen. Ze nodigde bevriende filmmaaksters uit hun visie op seksualiteit te tonen. Het resultaat is 12 korte videofilms van wisselende kwaliteit.

Bij de dvd zit een boekje met daarin per film een inleiding van de filmmaaksters. Op de site van Dirty Diaries staat een heus manifest waarin Engberg ten strijde trekt tegen de mannelijke overheersing van seksualiteit, tegen censuur en het schoonheidsideaal. In het manifest staat lettterlijk: 'We are fed up with the cultural cliche that sexually active and independent women are either crazy or lesbian and therefore crazy.'

Prima, maar bijdragen als Flasher girl on tour, waarin de hoofdrolspeelster te onpas in Parijs in het openbaar masturbeert en nietsvermoedende voorbijgangers met haar kut confronteert, en Authority, waarin een betrapte graffitispuitster met een stereotiep pottenuiterlijk een agente vastbindt en sigarettenas in haar mond deponeert, zullen het clichébeeld van de enge mannenhatende, lesbische feministe dat Engberg in haar manifest wil tegenspreken, eerder bevestigen dan ontkrachten.

Nylonpakken
Wel mooi is Red Like Cherry, waarin door middel van close-ups en onscherpe silhouetten de roes van de opwinding wordt verbeeld. Ook is Skin een van de betere bijdragen. In Skin ontdoen een man en vrouw zich tijdens het vrijen langzaam van vleeskleurige nylonpakken. De twee geliefden geven zich langzaam aan elkaar bloot en transformeren van twee anonieme wezens in individuen. Toch roept de schaar waar de pakken langzaam mee opengeknipt worden juist weer wel het beeld op van de vrouw met penisnijd, maar die interpretatie moet wellicht op het conto van deze mannelijke recensent geschreven worden.

In de anusfilm Fruitcake, waarbij het woord anus als bijvoeglijk naamwoord of als zelfstandig naamwoord beschouwd kan worden, wisselt de filmmaakster onscherpe shots waarin de anus gevingerd wordt af met beelden waarin een vinger een onschuldige kiwi penetreert. Het zal wel avant-gardistisch bedoeld zijn, opwindend is het niet. En porno die niet opwindt is net zo nuttig als een condoom waneer je zwanger wilt raken.

Focus, people, focus!
Hoewel ik sympathie voel voor de doelen van Engberg - wie is er immers niet tegen censuur, het schoonheidsideaal waar geen mens aan kan voldoen en tegen de patriarchale overheersing van vrouwen in de porno-industrie? - is het vooral de uitvoering die teleurstelt. Bijna geen van de filmmaaksters weet haar onderwerp mooi - laat staan scherp - in beeld te brengen, wat het geheel een amateuristisch tintje geeft.

Sterker nog: tussen de grote hoeveelheid amateurporno op het internet zitten, vergeleken bij de 'kunstenaars' op deze dvd, de echte Paul Verhoevens van de porno. In dat opzicht is het opmerkelijk dat het Zweedse filminstituut dit project subsidieerde.

Een tip voor alle aspirant pornografen in Nederland: stuur vanaf nu uw onscherpe huisgemaakte porno naar het Filmfonds. Een verhaal, opwindende afloop of interessante seks zijn geen vereisten. Maar vergeet niet er een manifest bij te stoppen om uw werk te verantwoorden.

DIRTY DIARIES, Zweden 2009. Regie: Mia Engberg, e.a. (Dutch filmworks)

Dirty diaries 2
Marinus de Ruiter
Nowhere Boy info
*****
Het leven van Lennon in Liverpool
Nowhere Boy
Nowhere Boy
Nowhere Boy is veel meer dan alleen een speelfilm over de jonge jaren van John Lennon. Natuurlijk, de Engelse film is verplichte kost voor Beatles-fans, maar is daarnaast ook voer voor psychologen, kunstliefhebbers en de roddelpers. Nowhere Boy opent het International Film Festival Breda, dat vanavond van start gaat. Vanaf 1 april is de film ook elders in het land te zien.

Wat meteen opvalt aan Nowhere Boy is de natuurgetrouwe weergave van Woolton, Liverpool, de omgeving waar John Lennon opgroeide. De film begint in 1955, wanneer tiener Lennon nog bij zijn oom en tante woont, en eindigt in 1958, wanneer hij op het punt staat naar de kunstacademie te vertrekken en voor het eerst de studio betreedt met zijn band The Quarry Men, die later zou transformeren in The Beatles.

De film geeft niet alleen een beeld van de muzikale geboorte van de zanger en gitarist, maar belicht ook de intense emotionele ontwikkeling die Lennon in die tijd doormaakte. Hoofdrolspeler Aaron Johnson blijft daarbij overtuigen, als de rebelse, bijdehante tiener die Lennon was, maar ook in de scènes waarin de klappen vallen. John krijgt in zijn naaste omgeving een aantal sterfgevallen te verwerken die diepe littekens achterlaten. Deze tragische momenten zijn goed in balans met luchtige scènes en komische dialogen, dankzij het scenario van Matt Greenhalgh (Control).

Centraal staat de complexe verhouding tussen John, zijn peettante Mimi en zijn echte moeder Julia, die hij pas op 15-jarige leeftijd leert kennen. Via Julia leert hij gitaar- en pianospelen en komt hij in aanraking met rock-'n-roll, maar ontdekt hij ook de schaduwzijde van haar door schande en geestesziekte getekende leven.

Nowhere Boy zit vol prachtige details, bijvoorbeeld wanneer John in de schoolbanken als een waanzinnige werkt aan zijn stripachtige tijdschrift The Daily Howl, of wanneer The Quarry Men voor het eerst op het podium staan en een fotograaf de groep vastlegt; deze scène is gemaakt aan de hand van foto’s van het oorspronkelijke optreden.

De officiële goedkeuring van Yoko Ono is al reden genoeg voor fans van The Beatles om Nowhere Boy te gaan bekijken. De film geeft kleur aan de muziek en maakt voelbaar waarom nummers van The Beatles tegelijk vrolijk en diep melancholisch kunnen klinken. Een bezwaar voor fijngevoelige fans zou kunnen zijn dat Paul McCartney, gespeeld door Thomas Brodie Sangster, een stuk jonger en kinderachtiger oogt dan de stoere Lennon.

De film is een triomf voor regisseur Sam Taylor-Wood, die met Nowhere Boy haar speelfilmdebuut maakt. Taylor-Wood is een bekende uit de internationale kunstwereld. De Britse maakte naam met haar strak vormgegeven fotografie en videokunst, waarin zij een fascinatie toont voor gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal van mensen in extreme psychische toestanden.

Taylor-Wood is de zoveelste in de rij videokunstenaars die zich met succes aan een speelfilm waagden; Nowhere Boy misstaat niet naast Me and You and Everyone We Know (Miranda July) en Hunger (Steve McQueen). Dat juist Taylor-Wood de stap naar speelfilm maakt is niet verbazingwekkend; ze werkte voor haar kunst al veel samen met professionele cinematografen en acteurs.

Wat het acteren betreft is Nowhere Boy een magische film. Kristin Scott Thomas, als de puriteinse Mimi, en Anne-Marie Duff, als de net iets te intieme Julia, zijn tegenpolen waartussen Johnson als Lennon zich moet bewegen. Het wordt bijna eng wanneer je de berichten uit de Britse (roddel-)pers leest rond de relatie tussen Taylor-Wood en de jonge Johnson, die in leeftijd 23 jaar verschillen en die binnenkort een kind krijgen. De twee werden verliefd tijdens de opnames en het is voor te stellen dat er over deze relatie een tweede film te maken is van een vergelijkbare intensiteit. Wat zich daar op die filmset ook afgespeeld moge hebben, Nowhere Boy mag er in ieder geval zijn.

Nowhere Boy draait vanaf 24 maart op het International Film Festival Breda en vanaf 1 april elders in het land.
Nowhere Boy
*****
Vive l’imagination

Ik heb een zwak voor films van striptekenaars. Okay, ook voor stripverfilmingen (hoe wisselend van kwaliteit die ook vaak mogen zijn), maar als stripmakers films gaan maken, weet je zeker dat er vrijwel altijd iets bijzonders volgt. Omdat stripmakers vanuit een ander idioom denken dan klassieke filmmakers. Ze zijn vrij - of liever gezegd vrijer - van de conventies die het medium gewoonlijk hanteert. En dikwijls fantasierijker, juist omdat ze de regels vaak niet kennen.

Dat bevestigde ook Joann Sfar na afloop van zijn biopic over Serge Gainsbourg, Gainsbourg (Vie héroïque), die maandag 15 maart in Rialto Amsterdam in bijzijn van de regisseur zelf in première ging. Tijdens de geanimeerde Q & A vertelde hij levendig over hoe hij zijn crew ertoe bracht die conventies los te laten. Hij deed dat aan de hand van illustraties die hij ter plekke tekende. ‘Ik wilde het shot van Lucy Gordon, die Jane Birkin speelt, als ze wegloopt van Gainsbourg in beeld brengen op een manier waarvan mijn crew zei dat zoiets niet mogelijk was. Dus schoten we de scène op de manier waaraan zij de voorkeur gaven. Nadat we talloze takes gemaakt hadden, waren zij ook wel bereid om het een keer op mijn manier te proberen. Die scène is uiteindelijk in de film beland.’ Gelukkig maar, omdat juist de hand van Sfar de film zo origineel maakt. Net als in MirrorMask (2005) van collega-stripmaker David McKean zijn fantasie en werkelijkheid in Vie héroiqueingenieus in elkaar gevlochten, terwijl de film toch oorspronkelijk blijft.

Neem bijvoorbeeld de dubbelganger. Om de dualiteit van Gainsbourgs persoonlijkheid te illustreren gebruikt Sfar een imaginair personage dat de naam Gueule (Smoel) draagt: de personificatie van Gainsbourgs extremere eigenschappen. Gueule zal een drijvende kracht in zijn artistieke loopbaan worden - en hem tegelijkertijd in grote problemen brengen. Drank, vrouwen - bij voorkeur getrouwd - de aanvaringen met de gevestigde orde, de drang tot provocatie en zelfdestructie: Gueule is er de bron van. Die splitsing tussen de aanvankelijk schuchtere Lucien Ginsburg, die als Serge Gainsbourg tot Frankrijks grootste chansonnier zal uitgroeien, en zijn theatrale alter ego Gueule (beeldschoon vormgegeven in de stijl die Sfar ook als striptekenaar hanteert) werkt feilloos.

Voor een groot deel is dat ook te danken aan de geweldige cast. Zowel titelrolvertolker Eric Elmosnino als Kacey Mottet Klein die Gainsbourg op jonge leeftijd speelt, ZIJN Gainsbourg. Uiterlijk, mimiek, charisma. De helaas tragisch aan haar einde gekomen Lucy Gordon (ze pleegde zelfmoord voor de film uitkwam) zet een prachtig worstelende en breekbare Jane Birkin neer. Doug Jones wekt ondanks zijn expressiehandicap (zijn kostuum) de stripfiguur Gueule tot leven. En wat betreft Brigitte Bardot: ik zag het verschil niet toen Laetitia Casta haar entree maakte.

De filmbeelden zijn bovendien adembenemend: stuk voor stuk waard om een voor een te bekijken, als ware het een strip. En nee, een groot publiek zal de film dan waarschijnlijk niet gaan trekken, daar is hij net te afwijkend, fantasierijk en ja, vreemd voor. Maar dat zou hij wel verdienen.

Gainsbourg (Vie héroïque) draait sinds 15 maart in de Nederlandse bioscopen. Lees ook Natasja's verslag van de première en soirée

.
Tonio van Vugt
The Lovely Bones info
*****
Peter Jackson redt zijn film... op het nippertje
24-02-2010 00:00

Er zijn van die films waar je naar uitkijkt zodra de eerste berichten binnenkomen. The Lovely Bones is zo’n film. Na Peter Jacksons enigszins teleurstellende remake van King Kong (te lang, te overdone, te veel van alles eigenlijk) klonk het nieuws dat zijn verfilming van Alice Sebolds roman terug zou grijpen naar zijn eerdere, kleinere werk vóór de Lord Of The Rings-trilogie als muziek in mijn oren. De premisse - een vermoord meisje kijkt vanuit het hiernamaals toe hoe haar familie met het verlies omgaat en haar moordenaar in alle rust zijn volgende moord voorbereidt - was veelbelovend: Heavenly Creatures met een snufje The Frighteners, of andersom wellicht. Oh, wat zou ik The Lovely Bones graag in mijn hart hebben willen sluiten, zoals ik díé twee films in mijn hart heb gesloten.

Maar het leven zit vol teleurstellingen. The Lovely Bones is geen emotionele mokerslag zoals Jackson zijn publiek met Heavenly Creatures toebracht, maar een natte doek in het gezicht. Jackson trekt weliswaar alle registers op om de kijker te betrekken bij het verdriet van de familie van de vermoorde Susie, maar of het nu de kleffe pianomuziek van Brian Eno is of de beperkte gezichtsuitdrukkingen van vader Mark Wahlberg, het komt allemaal veel te Amerikaans-sentimenteel over om echt te ontroeren. De hemel die Jackson uit zijn CGI-doos tovert zou ook een stuk beter te pruimen zijn geweest zonder die ersatz-Enya (of is het de echte?) in de soundtrack. En de zo typerende Jackson-humor die van The Frighteners (om over Braindead nog maar te zwijgen) een tegendraads horrorfestijn maakte, wordt plichtmatig in vijf minuten afgeraffeld in een scène met slonzige grootmoeder Susan Sarandon.

Deugt er dan helemaal niets? Gelukkig wel. Stanley Tucci, met watten in de wangen, gekleurde lenzen en comb-over, maakt van de moordenaar een uiterst angstaanjagend en gestoord personage; een scène die de kijker wél naar de keel grijpt is het moment voor de moord, waarin Tucci de transformatie van neighbour next door naar psychopatische killer overtuigend gestalte geeft. Maar het duurt daarna nog tot het einde van de film, waarin Jackson de verwachtingen doorbreekt door een ander pad te kiezen dan de Hollywood-toon van de film doet vermoeden, voor we weer rechtop in de bioscoopstoel zitten. Daarmee redt hij The Lovely Bones op het nippertje. Al kan het goed zijn dat u voor die tijd al in slaap bent gevallen of murw gebeukt bent door alle zoetigheid.
En plots word ik overvallen door een gedachte: áls er een hemel bestaat, mag die dan alsjeblieft vrij van CGI zijn?

The Lovely Bones draait vanaf vandaag in de Nederlandse bioscopen.

10 t/m 24 februari in Melkweg Cinema

Van 10 februari (ja, dat is vandaag al) t/m woensdag 24 februari zijn in Melkweg Cinema (Lijnbaansgracht 234a, Amsterdam) De 10 van Schokkend Nieuws te zien: de tien beste horror-, scifi-, cult- en fantasyfilms van 2009 volgens dit gerenommeerde genrefilmtijdschrift. Een aantal van die films worden ook persoonlijk ingeleid door SN-medewerkers, onder wie ondergetekende.
Aldus de Melkweg: ‘Een paar dingen die opvielen aan de lijstjes en bijhorende argumentatie: de Schokkend Nieuws-medewerker ziet zijn sf-film graag old school opgediend, houdt erg van de doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg-stroming (te merken aan het grote enthousiasme voor Cory McAbees low budget-knutselfilm Stringray Sam) en is blij dat Sam Raimi weer eens ouderwets tekeer ging met zijn Drag Me To Hell.’

Het volledige programma:
- wo 10 feb: Lake Mungo, Joel Anderson (Australië 2009, 89 min, inleiding Phil van Tongeren)
‘Sterk onderschatte horrorfilm bespeelt breed register van emoties, van huiver tot brok in de keel.’ (Phil van Tongeren)
- do 11 feb: Let The Right One In, Tomas Alfredson (Zweden 2008, 115 min, inleiding Rob van der Velden)
‘Een film om heel dicht bij je te koesteren, zo mooi.’ (Erik Kriek)
- vr 12 feb t/m za 13 feb: District 9, Neil Blomkamp (VS 2009, 112 min)
‘Herboren: het scifi-genre. Geboorteplaats: Zuid Afrika. Gewicht: Heavy-weight.’ (Ruben van Eijl)
- zo 14 feb: Moon, Duncan Jones (UK 2009, 97 min.)
‘Duncan Jones geeft de liefhebbers van old school mindfuck SF weer hoop.’ (Mark van den Tempel)
- ma 15 feb: The Chaser, Hong-jin Na (Zuid-Korea 2009, 125 min, inleiding Tonio van Vugt)
‘Een nagelbijter van Zuid-Koreaanse origine, dus dan weet u het wel: snoeihard, genadeloos en vol plotwendingen en blunderende cops - wie overleeft en wie gaat zonder toetje naar bed?’ (Tonio van Vugt)
- di 16 feb t/m wo 17 feb: Antichrist, Lars von Trier (DE, DU, FR, SE, IT, PO 2009, 104 min, di 16 feb: inleiding Jan Doense) ‘Verontrustendste film van het jaar.’ (Jan Doense)
- do 18 feb, ma 22 feb: Drag Me To Hell, Sam Raimi (VS 2009, 99 min, ma 22 feb: inleiding Barend de Voogd) ‘Sam Raimi maakte eindelijk weer een ouderwets grappige griezelfilm. Zigeunervrouwtjes en schattige katjes moeten het ontgelden.’ (Barend de Voogd)
- vr 19 feb t/m za 20 feb: Inglorious Basterds, Quentin Tarantino (VS 2009, 153 min)
‘Sterk staaltje nazi-bashing van Tarantino, met een van de meest geraffineerde schurken uit de recente filmgeschiedenis.’ (Rob van der Velden)
- zo 21 feb: Stingray Sam, Cory McAbee (VS 2009, 61 min.)
‘Mobiele telefoons zijn in de bioscoop een gruwel, maar de bioscoop op een mobieltje kan een feest zijn, zo bewees space cowboy McAbee met zijn hilarische multiplatform scifi-serial.’ (Bart van der Put) wo 24 feb: Martyrs, Pascal Laugier (Frankrijk/Canada 2009, 97 min)
’ Briljant en grotesk of één grote shit sandwich? (Milan Hulsing)’

Alle voorstellingen beginnen om 19.00 uur, de toegangsprijs bedraagt € 6,00 (€ 5,00 met korting), dus daar hoeft u het niet voor te laten. En titels als Lake Mungo, Stingray Sam en Martyrs zullen niet gauw nog eens op het witte doek worden vertoond (of in de dvd-bakken verschijnen), dus laat deze kansen niet voorbij gaan.
Michael Minneboo
Spiderman reboot biedt nieuwe spannende mogelijkheden
Spiderman 3 Gewen en Spidey

De afgelopen tijd buzzde het internet over de nieuwe Spiderman-film. Regisseur Sam Raimi en acteur Tobey Maguire hebben inmiddels de handdoek in de ring gegooid. Er waren wat scriptproblemen zoals de studio het noemde, en waarschijnlijk konden de filmmaker en de filmstudio het niet met elkaar eens worden over de koers die gevaren moest worden voor het vierde deel uit de serie. Dat een film vol compromissen tot een mislukking kan leiden, bewees Spider-Man 3 die het slechtst werd ontvangen van de reeks. En terecht, want het was een janboel van karakters, slecht uitgewerkte plotlijnen en vooral een onevenwichtige combinatie tussen drama en humor. Inmiddels is er een reboot aangekondigd. Aan de ene kant is dat jammer, aan de andere kant juich ik de vervanging van Sam Raimi door Marc Webb juist toe.

In plaats van dezelfde koers te blijven varen koos Columbia Pictures ervoor om de serie te rebooten, oftewel, opnieuw te starten. In een persbericht maakten ze bekend dat het verhaal van Peter Parker weer op de middelbare school zal beginnen:

'Culver City, CA (January 11, 2010) — Peter Parker is going back to high school when the next Spider-Man hits theaters in the summer of 2012. Columbia Pictures and Marvel Studios announced today they are moving forward with a film based on a script by James Vanderbilt that focuses on a teenager grappling with both contemporary human problems and amazing super-human crises.

The new chapter in the Spider-Man franchise produced by Columbia, Marvel Studios and Avi Arad and Laura Ziskin, will have a new cast and filmmaking team. Spider-Man 4 was to have been released in 2011, but had not yet gone into production.'

Recent werd aangekondigd dat regisseur Marc Webb - what's in a name - de reboot van Spiderman onder zijn hoede zal nemen. Webb, wie is dat, vraagt u zich wellicht af. Nou die bracht ons vorig jaar nog het verfrissende (500) Days of Summer.

Via een persbericht lieten Columbia Pictures en Marvel Studio's weten dat Webb erg in zijn nopjes is met zijn nieuwe baan:

'This is a dream come true and I couldn’t be more aware of the challenge, responsibility, or opportunity. Sam Raimi’s virtuoso rendering of Spider-Man is a humbling precedent to follow and build upon. The first three films are beloved for good reason. But I think the Spider-Man mythology transcends not only generations but directors as well. I am signing on not to ‘take over’ from Sam. That would be impossible. Not to mention arrogant. I’m here because there’s an opportunity for ideas, stories, and histories that will add a new dimension, canvas, and creative voice to Spider-Man.'
Webb en webhoofd.

Aan de ene kant is het te betreuren dat we Tobey Maguire niet meer terugzien als het webhoofd. Zijn performance in de eerste drie films was zeer verdienstelijk. Ook viel er veel te genieten van Raimi's interpretatie van de Spiderman-strips. Vooral Spider-Man 2 mag genoemd worden als een van de beste superhelden-films ooit, met een solide plot en uitermate overtuigend spel van Maguire, James Franco als Harry Osborn en Alfred Molina als Doctor Octopus. Wat mij ook spijt is dat we Dylan Baker nu niet zullen terugzien. Baker speelde in de trilogie Dr. Curt Conners die in de strip verandert in het monster The Lizard. Zijn vaste aanwezigheid in de serie wees erop dat Conners uiteindelijk het serum in zou nemen dat zijn leven voorgoed zou veranderen. Die verhaallijn had ik nog graag uitgespeeld gezien, in het bijzonder omdat er geen groter contrast kan zijn tussen het vriendelijke voorkomen van Baker en de monsterlijke verschijning van The Lizard.

Voordat Spider-Man 4 werd afgeblazen werd bekend dat John Malkovich The Vulture zou gaan spelen. Dat beloofde veel goeds: niet alleen is de oude Vulture een interessante schurk, als zo'n personage wordt vertolkt door een zwaargewicht als Malkovich mag je wat vuurwerk op het witte doek verwachten. Helaas zullen we nu nooit weten hoe hij het er vanaf zou hebben gebracht.

Nieuwe ronde, nieuwe Spiderman
Aan de andere kant juich ik een reboot juist toe en niet alleen omdat het derde deel zo duidelijk de plank missloeg. Raimi herhaalde zichzelf vaak in de drie films. Het was irritant dat hij iedere keer Mary Jane weer liet ontvoeren door de schurk om zo Spidey uit zijn web te lokken. Niet alleen werd deze slimme en aantrekkelijke meid daardoor gereduceerd tot het niveau van Lois Lane (die moet van alle geliefden uit de superheldenstrips wel het meeste zijn ontvoerd in haar carrière). Ook is het ontvoeren van het liefje van de held een verschrikkelijk cliché en om hier tot driemaal toe op terug te vallen getuigt van creatieve armoede. Ook het gedweep tussen de aantrekkingskracht tussen Peter en Mary Jane en het daarna geforceerd kreupel laten lopen van de relatie werd ook erg sleets.

Kortom, wat mij betreft was het wel meer mooi geweest met het Raimi-, Maguire- en Dunst-team. Laat Sam Raimi maar weer lekker horrorfilms draaien, want daarin weet hij goed zijn weg te vinden.

Er zijn nog een paar andere redenen te bedenken om enthousiast te worden van het idee van een reboot. Hoewel Webb vooral videoclips op zijn naam heeft staan, wist hij zoals gezegd met (500) Days of Summer de filmliefhebber op positieve wijze te verrassen. Hoewel één goede film nog geen garantie is dat Webb klaar is voor een dergelijk groot project.

Ervan uitgaande dat hij weet wat hij doet, zal Webb het personage Peter Parker ongetwijfeld door een frisse blik aanschouwen. En er is genoeg materiaal om uit te kiezen. In 2000 begon Marvel met de serie Ultimate Spiderman, een serie gericht op een jong publiek dat een hedendaagse versie van Spiderman kreeg voorgeschoteld. Schrijver Brian Michael Bendis maakte van Parker weer een frisse tiener en herschreef diens geschiedenis naar eigen inzicht. Ongetwijfeld liet scenarist Jamie Vanderbilt, waar Webb mee aan de slag gaat, zich inspireren door de verhalen van Bendis en zal het nieuwe script een combinatie zijn van Ultimate Spiderman en de officiële geschiedenis van het webhoofd.

Het is alleen te hopen dat men niet te lang op de oorsprong van Spiderman blijft hangen. Dat verhaal kennen we nu wel. Wat mij betreft kan in een korte flashback worden vertelt hoe Parker zijn spinnenkrachten krijgt. Ook laat Bendis naar mijn smaak Parker te vaak ontmaskeren in Ultimate Spiderman. Ook iets wat Webb beter achterwegen kan laten, daar de vele ontmaskeringen het wel heel moeilijk maakt te geloven dat Spiderman gewoon met zijn werk kan doorgaan.

Een laatste voorlopige kanttekening
Is de wereld klaar voor een reboot van Spiderman? Met het grote aantal superheldenfilms dat ons nog staat te wachten is een verzadiging van de markt geen onrealistisch scenario. Misschien is het dan ook te vroeg voor een nieuwe versie van Spiderman in 2012. Persoonlijk kan ik er geen genoeg van krijgen en zie ik tien keer liever een film van dit genre dan de gemiddelde meuk die tegenwoordig in Hollywood wordt geproduceerd (met een beetje pech nog gepresenteerd in 3D ook.)

We gaan zien hoe het Webb zich de komende jaren ontvouwt.

Spiderman handtekeningen webversie
Michael Minneboo
The Box
*****
The Box

The Box van Richard Kelly bevat een vergezocht plot maar een prachtig tijdsbeeld.

Een mysterieuze houten doos met daarin enkel een rode knop wordt bezorgd door de raadselachtige Arlington Steward in het huis van het gezin Lewis (Cameron Diaz & James Marsden). De deal die hij aan hen voorlegt liegt er niet om: als ze op de rode knop drukken krijgen ze 1 miljoen dollar, maar dan zal er ook iemand die ze niet kennen sterven. Het is een simpel maar fascinerend gegeven. Wat zal het stel doen en wat voor consequenties heeft de keuze die ze maken? Wie overtuigt de ander om de knop in te drukken? En vooral: kunnen ze leven met de uiteindelijke beslissing?

Als dramatisch gegeven is dit goud in de juiste handen. Maar regisseur Richard Kelly levert op zijn best slechts chroom af met The Box. In plaats van dat hij dit gegeven maximaal uitbuit en een psychologisch verhaal vertelt, gooit Kelly het over een andere boeg. Hij giet het verhaal in het stramien van een kat-en-muispel en concentreert zich op het onthullen van wie Mr. Steward is, voor wie hij werkt en wat het doel van het experiment is. In tegenstelling tot in Donnie Darko, het spetterende debuut uit 2001 waarmee Kelly naam maakte, kiest hij ervoor het mysterie te onthullen. Vanaf dat moment vervliegt de geloofwaardigheid van het filmverhaal als lucht uit een lekke ballon. Het resultaat is een slappe, ongeloofwaardige scifi thriller.

Kelly baseerde zijn script op het korte verhaal 'Button, button' van Richard Matheson. Dit verhaal vormde eerder de basis van een aflevering van de tv-serie The Twilight Zone. Kelly liet in een interview weten dat hij met dit relaas de gemakzuchtige maatschappij van nu wil becommentariëren:

'What fascinates me is the complexity of the instant-gratification, push-button society we live in today, with our handheld devices, TV remotes, computers, and all the ways in which we effortlessly solve our problems or meet our needs, large and small. We toss off messages without much thought to the consequences or ramifications. It was a little different 30 years ago, when the story is set, and that’s one of the reasons why I wanted to keep it in the 1970s, when the story was first published. Pushing a button was a more deliberate act back then. For Norma and Arthur, it could be the most deliberate act of their lives.'

That 70s show
Een andere reden om de film in 1976 te situeren is om de plot te verbinden met het Viking project, waarmee de NASA voor het eerst apparatuur op Mars liet landen om metingen te verrichten.

Net als in de film Donnie Darko die speelde in midden jaren tachtig, is Kelly erin geslaagd om een overtuigend tijdsbeeld te creëren. The Box werd deels op locatie op de Langley NASA-basis in Richmond, Virginia opgenomen. Die omgeving ziet er grotendeels nog hetzelfde uit. Kelly huurde meerdere adviseurs in, waaronder een oud-lid van het Viking-team om een zo'n kloppend mogelijk beeld te schetsen. De art-direction doet dan ook authentiek aan, inclusief het afzichtelijke behang vol drukke patronen dat men in die tijd aan de muur durfde te plakken. De filmbeelden werden digitaal bewerkt om de look te krijgen van hoe films in de jaren zeventig werden gedraaid. Er werd toen met bepaalde filters en diffuus licht gedraaid, wat een beeld oplevert vol zachte tinten. Visueel is The Box daardoor een feest van herkenning voor een ieder die is opgegroeid met Amerikaanse televisieseries uit die tijd.

Een andere reden om de film te gaan zien is het verfijnde acteerwerk van Frank Langella die een levensechte Arlington Steward neerzet. Een groot contrast met Cameron Diaz die denkt serieus te acteren door vooral een zorgelijk gezicht te trekken.

De belofte van de jonge geniale regisseur die Kelly leek te zijn door Donnie Darko heeft de regisseur wat mij betreft niet ingelost. Het rommelige Southland Tales, dat ook een pamflet moest zijn tegen de maatschappelijke koers die Amerika vaart (overconsumptie, oorlogvoering, de regering die het volk nauwlettend in de gaten houdt, het onderdrukken van vrije wil en seksuele exploratie en de koortsachtige zoektocht naar alternatieve energiebronnen) viel ook erg tegen. In narratief opzicht kent The Box al meer coherentie, maar is in vergelijking tot Kelly's eerste film allesbehalve een meesterwerk. Is Kelly dan toch een one-hit wonder?

The Box draait vanaf 4 februari in de bioscoop.

The Box afb 2